Uit de spreekuurkamer van het UWV!
| Ik sta een grote werkgever bij inzake een loonsanctie die door het UWV is opgelegd. Werknemer heeft een progressieve vorm van MS (sinds 2017) waarbij er sinds 2022 een aanzienlijke toename is van klachten en beperkingen in de benen en handen, welke leidt tot een volledige uitval. Re-integratie, vrijwilligerswerk en spoor 2 worden uiteindelijk gestopt vanwege onvoldoende belastbaarheid. In 2 jaar arbeidsongeschiktheid is er sprake van marginale mogelijkheden met soms perioden van GBM. Na 2 jaar legt het UWV de werkgever een loonsanctie op omdat de verzekeringsarts niet meegaat in de vaststelling van marginale mogelijkheden vanaf de eerste ziektedag. Van een verslechtering is geen sprake stelt de verzekeringsarts, omdat dit niet is onderbouwd met fysiek onderzoek of medische informatie. Door de wisselende klachten is het maar de vraag of er wel sprake is van verdergaande beperkingen stelt de verzekeringsarts. De arbeidsdeskundige van het UWV borduurt verder op het oordeel van de verzekeringsarts en stelt dat mogelijke administratieve functies passend zouden kunnen zijn en voorzieningen zijn niet onderzocht. Ook het stopzetten van spoor 2 wordt de werkgever aangerekend als een verwijtbare handeling. Bezwaar wordt ingesteld omdat werkgever van mening is dat het UWV de belastbaarheid onjuist heeft ingeschat en de loonsanctie onterecht is opgelegd.
Het UWV plant een hoorzitting bezwaar in. Werkgever komt met 2 afdelingsmanagers en de casemanager naar deze hoorzitting. Zij zijn zeer begaan met werknemer en vinden het onterecht dat zij bestraft zijn. Werknemer kan niet komen, die is te ziek om te reizen. Ik schuif aan namens de werkgever.
De hoorzitting wordt gedaan door een medewerker bezwaar en een bezwaarverzekeringsarts (BVA). De BVA neemt na de opening van de hoorzitting het woord en geeft aan dat hij begrijpt dat de werkgever bezwaar heeft ingesteld in deze casus. De primaire verzekeringsarts heeft werknemer niet fysiek gezien, wat met deze klachten wel verwacht mag worden, en gezien het klachtbeeld zijn er zeer grote twijfels over de mogelijkheden van deze werknemer. De BVA wil werknemer graag oproepen voor een fysieke beoordeling, omdat het in dit bezwaardossier noodzakelijk is. De stukken geven al een duidelijk beeld maar de BVA wil het zorgvuldig doen. De BVA gaat verder en geeft aan dat hij meerdere recente loonsancties heeft gezien die opgelegd zijn aan deze werkgever en dat hij hier grote vraagtekens bij heeft. Hij kan de redenaties en conclusies van zijn primaire collega’s niet helemaal volgen. Het lijkt op een patroon van een onjuiste verwachting van een grote werkgever. De loonsancties waar de BVA naar verwijst zijn in bezwaar en door de rechter van tafel geveegd. Alleen omdat de bedrijfsarts achteraf de belastbaarheid wel goed had beoordeeld en de re-integratie-inspanningen alsnog voldoende waren. De BVA adviseert de werkgever om een gesprek met de accountmanager van het UWV aan te gaan om dit “patroon” te bespreken. Een verassende wending in een hoorzitting bezwaar die ik nog nooit had meegemaakt, maar zeker kan waarderen!
Het is de verwachting dat ook deze loonsanctie in bezwaar van tafel gaat. We gaan een analyse maken van de eerdere én deze zaak, als voorbereiding op een gesprek met het UWV.
Re-integratie-inspanningen grote werkgevers: CRVB:2024:359 RBLIM:2024:5226
Groet, Michiel Slot |
Jurist arbeidsongeschiktheid en re-integratie