UWV past interne beoordelingsinstructie ME/CVS aan
Verzekeringsartsen van UWV moeten de resultaten van eerder nog betwiste onderzoekmethoden voor het vaststellen van de belastbaarheid bij ME/CVS als wetenschappelijk valide beschouwen. Dit blijkt uit een intern uitvoeringsbericht naar aanleiding van 3 tussenuitspraken van de Centrale Raad van Beroep op 17 juli 2025. Deze vonden plaats in juridische procedures over het recht van mensen met ME/CVS op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
De interne beoordelingsinstructie van UWV is onder meer publiek gemaakt door de Steungroep ME en arbeidsongeschiktheid en de onafhankelijke jurist en verzekeringsarts Jim Faas. Het document geeft aan hoe UWV-verzekeringsartsen om moeten gaan met de 3 tussenuitspraken van de CRvB. In deze 3 zaken was het standpunt van UWV dat de gebruikte onderzoeksmethoden geen gevalideerde onderzoeksmethoden zijn waarmee beperkingen kunnen worden geobjectiveerd. De CRvB oordeelde hier op basis van een advies van een onafhankelijke medisch deskundige anders over. Volgens de hoogste rechtsinstantie binnen de sociale zekerheid is hierin overtuigend gemotiveerd dat de onderzoeksmethoden wél wetenschappelijk zijn onderbouwd.
Een zestal onderzoeksmethoden geldt nu als valide
Het gaat om een zestal onderzoeksmethoden van de Stichting Cardiozorg. Dit zelfstandige behandelcentrum doet onderzoek naar inspanningsbeperkingen, orthostatische intolerantie (symptomen zoals duizeligheid, hartkloppingen en vermoeidheid bij rechtop gaan zitten of staan) en dysautonomie (symptomen zoals duizeligheid, vermoeidheid, hartkloppingen, maag-darmproblemen en cognitieve klachten door een niet goed functionerend autonoom zenuwstelsel). De door de CRvB als wetenschappelijk valide geaccepteerde onderzoeksmethoden zijn de kanteltafeltest, geheugentest (N-Back Test), tweedaagse inspanningstest, de vragenlijsten Checklist Individuele Spankracht (CIS) en de verkorte versie hiervan (WV), en de Short Form Health Survey (SF36).
De methoden wegen mee bij toetsing van de consistentie
Het interne uitvoeringsbericht geeft aan dat verzekeringsartsen van UWV de resultaten van deze onderzoeken moeten meewegen bij vaststelling van de belastbaarheid van cliënten met ME/CVS. Dit betekent concreet dat de verzekeringsarts ze meeweegt bij beoordeling van de interne en externe consistentie van gerapporteerde klachten, belemmeringen en handicaps. Deze moeten zoveel mogelijk vrij zijn van innerlijke en externe tegenspraak: wat de cliënt aangeeft, moet op zichzelf een logisch geheel zijn én stroken met de bevindingen van behandelaars of andere beoordelaars. Deze consistentie is voor UWV een vereiste om te kunnen spreken van een of meer stoornissen, beperkingen en handicaps in arbeid.
| 2 aandachtspunten voor werkgevers, werknemers en arbodienstverleners
De informatie in het uitvoeringsbericht levert 2 aandachtspunten op voor werkgevers, werknemers en arbodienstverleners: · Het uitvoeringsbericht instrueert de verzekeringsarts resultaten van de genoemde onderzoeken mee te wegen wanneer deze onderdeel zijn van de aangeleverde informatie. Het is dus zaak om te waarborgen dat ze waar relevant inderdaad in het dossier zitten. · De komende periode is het van belang om in de gaten te houden hoe UWV omgaat met verzoeken om terug te komen op eerdere beslissingen over ME/CVS. Op dit moment gaat de uitvoeringsinstelling hier in elk geval nog niet op in. Volgens het uitvoeringsbericht is de besluitvorming over de aanpak van zulke herzieningsverzoeken nog niet afgerond en moeten deze daarom tot nader bericht worden aangehouden. |
Meer weten?