Participatie Wajongers stijgt licht, maar blijft uitdaging
De arbeidsparticipatie van Wajongers is sinds 2017 slechts beperkt toegenomen en verdere verbetering blijft de komende jaren een uitdagende doelstelling. Dit blijkt uit een Kamerbrief naar aanleiding van onderzoek dat het kabinet heeft laten uitvoeren. De regering oordeelt voorzichtig positief over de dienstverlening van UWV die is gericht op re-integratie van de doelgroep.
In de Kamerbrief meldt het kabinet dat de arbeidsparticipatie van Wajongers volgens onderzoek licht is gestegen ten opzichte van 2017. Ten tijde van de coronapandemie trad een tijdelijke daling op, maar daarna kwam de participatie terug op het oude niveau. De laatste jaren ligt dit vrij stabiel rond de 51%. Dit cijfer drukt uit welk deel van de Wajongers met werkvermogen ook daadwerkelijk aan het werk is. De meeste werkende Wajongers zijn in dienst bij een reguliere werkgever, maar ook werk in of via de sociale werkvoorziening komt nog geregeld voor. Ter indicatie: de eerstgenoemde groep telde in 2024 ruim 36.500 personen, de tweede ruim 16.100.
De Wajong ontwikkelt zich voorzichtig positief
Het kabinet concludeert dat de Wajong zich voorzichtig positief ontwikkelt. Hierbij weegt het onder meer mee dat de Wajong is afgesloten voor nieuwe instroom van mensen met arbeidsvermogen. Ook de sluiting van de sociale werkvoorziening voor nieuwe toetreders uit de Wajong is in dit verband een factor van gewicht. Tot slot is vanzelfsprekend het groeiende aandeel Wajongers dat bij een reguliere werkgever werkt een pluspunt. Voorzichtig positief is ook het oordeel over de UWV-dienstverlening aan Wajongers. Volgens het onderzoek bereikt de uitvoeringsinstelling relatief meer leden van de doelgroep dan voorheen en is het beschikbare instrumentarium uitgebreid. Ook zijn zowel UWV-professionals als Wajongers de beschikbare instrumenten en dienstverlening beter gaan waarderen.
De groep die niet werkt vormt een forse uitdaging
Belangrijke uitdagingen liggen nog bij het stabiliseren, werkfit maken en naar werk leiden van Wajongers met werkvermogen die niet aan het werk zijn. Volgens het onderzoek zat van deze groep eind 2021 naar schatting zo’n 42% nog in de eerste dienstverleningsfase, die is gericht op stabilisering van hun situatie. Circa 34% zat in de volgende fase, waarin UWV probeert hen werkfit te maken. Slechts 24% zat in de fase waarin de uitvoeringsinstelling hen richting werk begeleidt. Met elk jaar dat iemand niet aan de slag gaat wordt plaatsing moeilijker.
Ook werkbehoud is beslist niet vanzelfsprekend
Werkbehoud vormt een belangrijk aandachtspunt bij de groep die wél aan het werk is of komt. Volgens het rapport werkt circa 39% van de Wajongers een jaar na plaatsing nog bij dezelfde organisatie en is circa 23% overgestapt naar een andere werkgever. De resterende 38% werkt niet meer. De Kamerbrief concludeert dat werkbehoud en het (opnieuw) aan werk komen om ondersteuning en investeringen zullen blijven vragen.
Meer weten?