CPB plaatst kanttekeningen bij plannen loondoorbetaling en WIA
Er zijn belangrijke kanttekeningen te plaatsen bij de plannen die politieke partijen hebben gepresenteerd voor het stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Dit is op te maken uit doorrekeningen van de partijprogramma’s door het Centraal Planbureau (CPB). Deze instantie velt geen politiek oordeel over de plannen. De argumentatie achter berekende financiële gevolgen maakt echter ook veel duidelijk.
Hieronder inventariseren we de gevolgen die de CPB-rapportage Keuzes in kaart 2027-2030 verbindt aan de belangrijkste voorstellen voor de sociale zekerheid bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Waar relevant wijzen we ook op beperkingen die de (noodzakelijkerwijs begrensde) CPB-aanpak oplevert.
Beperkte banengroei bij kortere loondoorbetaling kleinbedrijf
Veel politieke partijen willen de loondoorbetaling bij ziekte beperken tot 1 jaar om de lasten van werkgevers te verlichten en banengroei te bevorderen. Meestal richten ze zich hierbij specifiek op kleinere organisaties (tot 25 werknemers). Deze focus op het kleinbedrijf brengt volgens het CPB logischerwijs met zich mee dat de effecten op de werkgeverslasten en werkgelegenheid beperkt zijn. Alleen kleine werkgevers profiteren en ervaren een mogelijke groeiprikkel. GroenLinks-PvdA, FvD en SGP mogen wellicht een sterker baneneffect verwachten: zij willen de loondoorbetaling voor álle werkgevers beperken. De omvang van de beoogde beperking loopt hierbij overigens uiteen, dus voor het te verwachten effect geldt hetzelfde.
| De opzet van de CPB-rapportage biedt helaas geen ruimte voor doorrekening van het beperkte effect dat kortere loondoorbetaling voor kleine bedrijven heeft op de werkgelegenheid. Gelukkig biedt de Nota gedifferentieerde premies WGA en ZW 2025 van UWV (p. 20-21) uitkomst. Deze maakt duidelijk hoe beperkt de potentiële werkgelegenheidsgroei bij deze werkgevers is. Volgens de nota hebben de maar liefst 392.255 kleine werkgevers in Nederland slechts een bescheiden aandeel van € 52,6 miljard in de collectieve loonsom van € 293,4 miljard. Het leeuwendeel van de werkgelegenheid bevindt zich aantoonbaar bij de 9.369 grote werkgevers (aandeel € 195,7 miljard) en 24.548 middelgrote werkgevers (aandeel € 45,1 miljard). |
Kortere loondoorbetaling maakt het stelsel duurder
Tegenover de (bij de meeste partijen beperkte) voordelen van kortere loondoorbetaling staan diverse nadelen. Volgens het CPB maken plannen op dit terrein het stelsel minder uitvoerbaar en duurder. Bij beperking van de doorbetaling tot 1 jaar stijgen de uitvoeringskosten met € 0,1 miljard doordat UWV meer mensen moet beoordelen. Ook stijgen de uitkeringskosten met € 0,4 miljard doordat bij een jaar eerder keuren meer werknemers in de WIA, WW of bijstand komen. Gaan ter financiering de Aof-premies omhoog, zoals de SGP voorstelt, dan betekent dat voor bedrijven bij een halfjaar verkorting al een lastenverzwaring van € 0,7 miljard. Daarnaast signaleert het CPB een juridisch aandachtspunt als er bij de loondoorbetaling onderscheid wordt gemaakt tussen kleine en grote werkgevers. De ontslagbescherming van werknemers bij kleine en grote bedrijven gaat dan ook uiteenlopen.
| Goed om op te merken is dat het CPB slechts een deel van de effecten van de voorgestelde ingrepen in kaart brengt. De doorrekening beperkt zich tot directe gevolgen voor de overheidsfinanciën, zoals meer keuringen en uitkeringen. Hierdoor bevat het rapport bijvoorbeeld geen raming wat het kost of oplevert wanneer UWV verantwoordelijk wordt voor re-integratie in het tweede ziektejaar. Ook is niet geïnventariseerd of deze instelling dit kan uitvoeren en wat het kost als dat niet zo blijkt te zijn. Het CPB heeft logischerwijs ook niet eigenhandig bepaald of eigenrisicodragerschap voor de WGA wel of niet met een jaar wordt uitgebreid om herhaaldelijke overdracht van dossiers te voorkomen. |
Veel voorstellen verlagen de inkomenszekerheid
Het hoeft niet te verrassen dat voorstellen om de loondoorbetaling te verkorten volgens het CPB negatieve effecten hebben op de inkomenszekerheid van werknemers. Deze laatsten verruilen immers een zekere doorbetaling voor een keuring met onzekere uitkomst. De inkomenszekerheid neemt logischerwijs ook af bij alle andere plannen die werknemersrechten beperken. Dit geldt bijvoorbeeld voor plannen om de duur van WW en WGA-LGU uitkeringen te beperken of de IVA af te sluiten voor nieuwe aanvragers. De beperking van de WW en WGA-LGU zou overigens al vóór het aantreden van een nieuwe coalitie kunnen plaatsvinden. Het huidige demissionaire kabinet heeft er ook al plannen voor. Een beperkt positief effect op de inkomenszekerheid van werknemers is volgens het CPB te verwachten bij een door meerdere partijen voorgestelde verlaging van de WIA-drempel.
Meer weten?