Hersteloperatie WIA: helderheid over nabetalingen en verlagingen
Mensen die een te lage WIA-uitkering hebben ontvangen, krijgen een nabetaling in de vorm van een vergoeding die buiten het verzamelinkomen valt. Verlagingen van te hoge uitkeringen zal UWV 2 maanden van tevoren aankondigen. En er komt alsnog controle op dagloonfouten bij WIA-uitkeringen die al in de periode 2020-2024 zijn beëindigd. Dit zijn 3 belangrijke elementen van de nadere invulling van de WIA-hersteloperatie die UWV en SZW voor ogen hebben.
De 3 elementen zijn terug te vinden in een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer en berichtgeving op de UWV-site over snellere hulp aan langdurig zieken. Ze zijn opgenomen in een internetconsultatie waarvan de overheid momenteel de resultaten verwerkt tot een definitieve regeling.
Het doel is zo min mogelijk nadelige effecten
Volgens de voortgangsbrief ontvangen mensen bij wie een te laag vastgesteld dagloon tot een te lage uitkering heeft geleid voor deze schade een eenmalige vergoeding. UWV bepaalt deze met een rekenformule die het bedrag dat iemand had moeten ontvangen zo dicht mogelijk benadert. Op het resultaat past UWV eindheffing toe: de uitvoeringsinstelling betaalt de verschuldigde loonheffing en draagt deze rechtstreeks af aan de Belastingdienst. Hierdoor telt de eenmalige vergoeding niet mee voor het verzamelinkomen. Dit is belangrijk om ongewenste keteneffecten zoals belasting volgens een hogere belastingschijf of het vervallen van het recht op toeslagen zoveel mogelijk te voorkomen. De eerste nabetalingen moeten plaatsvinden in de tweede helft van 2026.
Mogelijk wel keteneffecten bij pensioen en vermogensafhankelijke regelingen
|
UWV meldt verlagingen 2 maanden van tevoren
In de tweede helft van 2026 start ook de correctie van uitkeringen die na controle te hoog blijken te zijn vastgesteld. UWV meldt op zijn site dat het uitkeringsverlagingen die hieruit voortvloeien 2 maanden van tevoren zal aankondigen. Eerder was al besloten om correcties alleen naar de toekomst uit te voeren. Wie in het verleden door een fout van UWV te veel uitkeringsgeld heeft gekregen, hoeft dus niets terug te betalen.
UWV controleert ook al beëindigde uitkeringen
In de vorige voortgangsbrief (11 juli 2025) kondigde het kabinet aan dat het ook in de periode 2020-2024 beëindigde uitkeringen in de herstelactie wilde meenemen. Of dat ook werkelijk zou gebeuren, hing toen nog af van de vraag of nadelige keteneffecten voldoende te beperken waren. Inmiddels is hier volgens de nieuwe voortgangsbrief voldoende vertrouwen in en is besloten de uitkeringen in kwestie ook te controleren. De uitgangspunten zijn hierbij hetzelfde als bij andere dossiers: wel vergoedingen voor te laag vastgestelde uitkeringen, geen verplichting om terug te betalen als er juist te veel is uitgekeerd. Door toevoeging van deze beëindigde uitkeringen moet UWV nu in totaal 51.000 dossiers controleren.
Compensatie voor werkgevers is nog onduidelijk
Nog niet besloten is wat er moet gebeuren met werkgevers die door een fout van UWV te veel premie (publiek verzekerde werkgevers) of uitkeringskosten (eigenrisicodragers) hebben betaald. Dit effect treedt op als UWV in het verleden het dagloon te hoog heeft vastgesteld. Omdat al is besloten het dagloon en de uitkering in zulke gevallen alleen naar de toekomst te corrigeren, ontvangen deze werkgevers langs deze weg geen compensatie voor schade uit het verleden. SZW en UWV onderzoeken nog hoe ze met deze benadeling moeten omgaan. Ze zullen werkgevers hier op korte termijn bij betrekken. Eerder werd al besloten werkgevers geen individuele naheffingen op te leggen om de kosten van compensatie van te laag vastgestelde daglonen en uitkeringen te dekken.
Meer weten?