D66, VVD en CDA hebben een forse herziening van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid voor ogen. Dit blijkt uit de plannen die de beoogde regeringspartijen presenteren in hun coalitieakkoord. Dit document bevat uitvoerige en soms behoorlijk gedetailleerde voornemens op het gebied van werk en inkomen. Wij analyseerden wat de minderheidscoalitie van plan is en trekken 9 conclusies.
Van de 67 pagina’s die het coalitieakkoord telt, zijn er binnen het hoofdstuk ‘Nederland aan het werk’ 5 volledig aan werk en zekerheid gewijd. Ook de budgettaire tabel besteedt in onderdeel 10 ‘Sociale zekerheid’ ruime aandacht aan dit onderwerp. Voor deze analyse zijn beide documenten benut.
- Meer dan andere alle eerdere akkoorden is dit een openingszet
Hoewel er vaker minderheidskabinetten zijn geweest, heeft de variant van het meerderheidskabinet in de politieke traditie van ons land tot nu toe sterk de voorkeur gehad. Als het nu gesloten akkoord daadwerkelijk tot de vorming van een kabinet leidt, is dat dus bijzonder. Dat deze coalitie zelfs in beide kamers van het parlement in de minderheid is, versterkt dit nog.
- Hoe deze invulling precies gaat uitpakken, hangt af van tal van factoren en is daarom op voorhand moeilijk te voorspellen.
- Wel staat vast dat het kabinet voor alles steun zal moeten zoeken. En dat dit in zowel de Tweede als de Eerste Kamer zal moeten gebeuren.
- Hierdoor is het nu voorliggende akkoord met veel meer onzekerheid omgeven dan alle voorgaande exemplaren.
- De beste kenschets is daarom die van een openingszet waarmee de coalitiepartners per onderwerp voldoende politieke medestanders hopen te interesseren.
- De tijd zal uitwijzen of het lukt om op deze manier een koers intact te houden die op het terrein van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid op grote herzieningen is gericht.
- De coalitie wil het stelsel gaat fundamenteel op de schop nemen
De coalitie laat er geen misverstand over bestaan dat ze een ingrijpende herziening van het sociale stelsel voor ogen heeft. Over hoe deze precies gestalte moet krijgen is het akkoord afwisselend meer en minder concreet. Bovenal schetst het document een heldere ambitie op hoofdlijnen.
- De primaire focus van het stelsel moet komen te liggen op goede en snelle begeleiding naar werk.
- Uitgangspunten zijn dat investeren in re-integratie gaat lonen, dat er een zeker en fatsoenlijk vangnet is voor iedereen die dat niet kan, en dat werkgeverschap aantrekkelijker wordt.
- De coalitie noemt nadrukkelijk het belang van re-integratie tijdens de eerste ziekteperiode, maar een beter aanbod en betere integratie van regionale werkcentra behoren ook tot de plannen.
- Er komt inzet op preventie om gezond werken te stimuleren en de instroom in regelingen voor arbeidsongeschiktheid te verkleinen.
- Belemmeringen tot werken of bijverdienen naast een uitkering moeten worden weggenomen, onder meer door uitwerking van een terugvaloptie.
- Bij de Participatiewet komt er meer inzet op zeer intensieve begeleiding, investeringen in gemeenschappen en goede samenwerking met (sociale) werkgevers. Bij het toezicht op verplichtingen en de bestrijding van fraude blijft de inzet liggen op uitgaan van vertrouwen.
- De coalitie zet in op flexicurity, met werk als beste sociale zekerheid
Bij de WW en de hieraan gekoppelde WGA-LGU kiest de coalitie voor een Scandinavisch flexicurity model. Volgens D66, VVD en CDA is op de arbeidsmarkt meer beweging nodig om onze economie concurrerend te houden en mensen werk- en inkomenszekerheid te kunnen bieden. Op dit punt is duidelijke invloed van het Rapport Wennink merkbaar. De route van werk naar werk moet het uitgangspunt worden bij (dreigend) ontslag, als het werk te zwaar wordt of als mensen een andere loopbaanstap willen nemen.
- De WW wordt activerender en meer gericht op een nieuw stelsel waarin Van Werk Naar Werk (VWNW) en een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) centraal staan.
- De WW-uitkering en de WGA LGU worden in de eerste 2 maanden hoger (80% van het laatstverdiende loon), maar ook verkort tot één jaar.
- Doel is werkenden meer financiële zekerheid en rust te geven om snel passend nieuw werk te vinden. Hier staan aangescherpte eisen qua opbouw en verzilvering van rechten tegenover.
- De opbouw van uitkeringsrechten moet standaard een halve maand per gewerkt jaar gaan bedragen. Deze bedraagt nu 1 maand per werkjaar over de eerste 10 jaar; daarna geldt voor jaren tot en met 2015 ook 1 maand, maar voor jaren vanaf 2016 een halve maand.
- De referte-eis moet worden dat er van de laatste 52 werkweken vóór werkloosheid in minstens 42 is gewerkt. Deze eis ligt nu nog op 26 van de laatste 36 weken.
- De coalitie wil met ingang van 2029 ook het maximumdagloon en het maximumpremieloon voor alle relevante uitkeringen met 20% verlagen. Dit betekent een lagere uitkering voor de hoogste inkomens, maar ook minder premie-inkomsten. Voor dat laatste komt nog een lastenverzwaring.
- Bij de WIA is het IBO-rapport leidend
Wie de plannen voor de WIA zorgvuldig leest, kan er niet omheen: de coalitie laat zich in grote mate leiden door het recente IBO-rapport Werk aan de WIA – naar een stelsel dat weer werkt. De coalitiepartners willen de hierin voorgestelde procesaanpak volgen en zijn van plan veel van de maatregelen uit het minimale IBO-pakket door te voeren.
- In lijn met het voornaamste IBO-advies maakt de coalitie bij herziening van het stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid onderscheid tussen de korte en lange termijn.
- Eveneens in lijn met de IBO-adviezen zullen de inspanningen allereerst zijn gericht op herstel van de uitvoerbaarheid en de menselijke maat.
- IBO-adviezen over taakherschikking, meer handhaving op preventie, betere samenwerking tussen verzekerings- en bedrijfsarts en meegroeiende re-integratiebudgetten krijgen allemaal navolging.
- Hetzelfde geldt voor de adviezen om de IVA voor nieuwe gevallen af te schaffen en meer voorwaarden te stellen aan WIA-herbeoordelingen.
- Voor de langere termijn onderschrijft de coalitie voluit de in het IBO-rapport gesignaleerde noodzaak om het stelsel op een menselijke manier activerender maken.
- Het pensioenakkoord van 2019 staat ter discussie
Het kwam D66, VVD en CDA in het Kamerdebat over hun akkoord al direct op stevige kritiek te staan: de coalitiepartijen willen sleutelen aan de systematiek die de AOW-leeftijd bepaalt. Hiermee staat het zwaarbevochten pensioenakkoord uit 2019 op losse schroeven. Een meerderheid van de Tweede Kamer accepteert dit vooralsnog. De linkse oppositie probeerde het plan direct van tafel te krijgen, maar de rechtse partijen vonden het te vroeg om zich nu al tegen dit voornemen uit te spreken.
- De coalitie wil de AOW betaalbaar houden door de AOW-leeftijd per 1 januari 2033 één op één te koppelen aan stijgingen van de levensverwachting.
- Op dit moment levert ieder extra jaar levensverwachting nog een verhoging van de AOW-leeftijd met 8 maanden op. Dat zou straks 1 jaar worden.
- De coalitie wil bij deze maatregel oog hebben voor de mensen met een zwaar beroep die niet in staat zijn om langer door te werken. Hier is ook nu al een regeling
- Vooruitlopend op de AOW-ingreep wil de coalitie de komende 6 jaar de fiscale subsidiëring van het aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens verminderen.
- Bij de loondoorbetaling lijkt ruimte voor meer nuance dan voorheen
Waar veel partijen in hun verkiezingsprogramma nog pleitten voor het afschaffen of publiek maken van het tweede doorbetalingsjaar, kiest de coalitie nu voor beduidend meer nuance. D66, VVD en CDA erkennen dat werkgevers de doorbetaling als een grote last ervaren en dat dit met name mkb’ers weerhoudt van het aanbieden van vaste contracten. Ze vinden het tweede doorbetalingsjaar echter ook een effectieve prikkel voor re-integratie bij de eigen werkgever. De focus ligt daarom op voorstellen die de loondoorbetaling meer werkbaar moeten maken voor met name het mkb.
- De inzet gaat uit naar beperking van de administratieve lasten door het wegnemen van (bureaucratische) belemmeringen in de Wet Verbetering Poortwachter.
- Het akkoord noemt in dit verband het beperken van rapportageverplichtingen; het zoveel mogelijk aan de voorkant wegnemen van onzekerheid over sancties; en meer helderheid over verplichtingen en meer maatwerk en contactmogelijkheden tussen werkgever en werknemer.
- Het wegnemen van belemmeringen moet ook snelle re-integratie bevorderen en werkgevers en werknemers stimuleren om aan herstel te werken.
- De transitievergoeding moet gerichter
De coalitiepartners willen de transitievergoeding gerichter gaan inzetten voor het oorspronkelijke doel: de transitie van werk naar werk. Dit betekent dat er ruimte komt voor uitzonderingen als werkgevers hier al op andere manieren in hebben geïnvesteerd. In samenhang hiermee moet de noodzaak verdwijnen om werkgevers bij ontslag wegens langdurige ziekte voor het uitkeren van de vergoeding te compenseren.
- De vergoeding wordt in ieder geval qua besteedbaarheid gekoppeld aan de (nieuwe) infrastructuur die de coalitie voor ogen heeft voor een Leven Lang Ontwikkelen (LLO).
- Werkgevers die tijdig en voldoende investeren in bijscholing, omscholing of naleving van re-integratieverplichtingen kunnen straks een lagere of helemaal geen transitievergoeding uitkeren.
- De coalitie wil de compensatie voor het uitkeren van de transitievergoeding na twee jaar ziekte voor alle werkgevers afschaffen.
- Verder vraagt ze van werkgevers en werknemers onder meer bredere en flexibelere inzet van de middelen in O&O-fondsen.
- Bij de zelfstandigenwetgeving vindt een gedeeltelijke herijking plaats
De groeiende groep zelfstandig werkenden hoort volgens de coalitie bij een moderne arbeidsmarkt waarin de wens naar autonomie toeneemt. Aan deze groep willen D66, VVD en CDA (meer) ruimte en duidelijkheid geven. Ze doen dit door bestaande wetsvoorstellen met elkaar te combineren en al dan niet gewijzigd door te zetten.
- De partijen zetten in op zo snel mogelijke invoering van de Zelfstandigenwet, maar wel gefaseerd in verband met Europese verplichtingen.
- Ze willen beginnen met het invoeren van het rechtsvermoeden van werknemerschap uit het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar).
- Het verduidelijkingsdeel van dit wetsvoorstel (zie hoofdstuk 3 van de memorie van toelichting) zal hierbij komen te vervallen.
- De in de Zelfstandigenwet voorziene invoering van sectorale rechtsvermoedens en oprichting van een toetsingscommissie moeten juist versneld doorgaan.
- Ook invoering van de wet Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) moet doorgaan, met conform het pensioenakkoord een opt out bij private verzekering.
- Om dienstverbanden in (semi-)publieke sectoren zoals zorg en onderwijs aantrekkelijk te houden, investeert de coalitie hier in lijn met een SER-advies in goed werkgeverschap en sociale innovatie.
- De coalitie stelt zich assertief op in de polder
De sociale partners zijn welkom aan de overlegtafel, maar de coalitiepartijen laten merken dat ze zelf aan het roer willen staan en niet van plan zijn zich al te afhankelijk te maken. Volgens het akkoord streven ze naar een gezamenlijke sociale agenda en constructieve samenwerking. Hun uitgestoken hand houdt in dat ze met hun plannen vrijwel volledig gehoor geven aan de aanbevelingen die de SER aan hen heeft gedaan. Dit gaat echter vergezeld van een specifieke gespreksagenda voor verdere planvorming, plus niet mis te verstane begrenzingen op het gebied van financiën en overlegtijd.
- De punten waarop de SER volgens de coalitie zijn zin krijgt zijn achtereenvolgens afronding van het arbeidsmarktpakket dat voorkomt uit het SER MLT-advies 2021-2025; implementatie van het Pensioenakkoord en het akkoord Gezond naar het pensioen; verbetering van de positie van internationale arbeidskrachten en vermindering van de vraag naar laagbetaalde arbeid; en tot slot investeringen in verhoging van de arbeidsproductiviteit.
- Zeer de vraag is of de sociale partners de AOW-plannen van de coalitie ervaren als ‘implementatie van het Pensioenakkoord’. Naar alle waarschijnlijkheid niet (zie conclusie 5).
- Met het oog op verdere planvorming wil de coalitie in gesprek over haar werkagenda, en dan in het bijzonder over de WW, transitievergoeding, van werk naar werk, loondoorbetaling en WIA.
- Het overleg moet wat de coalitie betreft leiden tot concrete doelen voor een beter werkende arbeidsmarkt en een beter stelsel van werk en inkomen.
- Het akkoord benoemt hierbij nadrukkelijk de financiële kaders die de coalitie in de budgettaire tabel heeft gesteld als begrenzing.
- Ook benoemt het dat snelheid en serieuze inspanningen van alle betrokken partijen cruciale voorwaarden zijn: volgens de coalitie kunnen de op te lossen vraagstukken niet wachten.
Meer weten?
- Het RSC heeft er na publicatie van het coalitieakkoord voor gekozen allereerst te reageren op het IBO-rapport Werk aan de WIA – naar een stelsel dat weer werkt.
- Deze keuze is gebaseerd op het feit dat uit het coalitieakkoord een duidelijke ambitie spreekt om bij hervorming van de WIA het IBO-rapport als richtsnoer te hanteren.
- Wij zijn ervan overtuigd dat een uitvoerbaar, houdbaar en rechtvaardig stelsel buiten bereik blijft als de IBO-adviezen niet op enkele cruciale onderdelen worden bijgesteld.
- In onze reactie wijzen we daarom 4 specifieke punten aan waarop het in het rapport bepleite maatregelenpakket om verbetering vraagt.
|