Gunstig voor omvang WIA-populatie: AOW-leeftijd stijgt niet in 2031
Omdat de levensverwachting niet veel stijgt, blijft de AOW-gerechtigde leeftijd in 2031 hetzelfde als in 2030, namelijk 67 jaar en 3 maanden. Dit blijkt uit een recente Kamerbrief. De ontwikkeling van de AOW-leeftijd was de voorbije jaren van groot belang voor de omvang van de WIA-populatie. Dit komt doordat een stijging van deze leeftijd naast meer instroom ook langer doorlopende uitkeringen veroorzaakt.
Het kabinet meldt de AOW-leeftijd voor 2031 in een recente Kamerbrief. Zowel de AOW-gerechtigde leeftijd als de aanvangsleeftijd waarop de AOW-opbouw begint is sinds 2012 gekoppeld aan prognoses over de ontwikkeling van de levensverwachting. Deze stelt het CBS vast aan de hand van de gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Vóór 2012 steeg de AOW-leeftijd ook al, maar was er nog geen rechtstreekse koppeling met de levensverwachting. De eerste stijging die wel op dit principe was gebaseerd vond plaats in 2022. Aanvankelijk betekende ieder bijkomend jaar levensverwachting dat de AOW-leeftijd eveneens met 12 maanden steeg. Sinds 2025 geldt een twee derde koppeling en gaat het om 8 maanden, met een maximum van 12 maanden per 5 jaar.
AOW beïnvloedt de WIA-populatie op 2 manieren
Dat de AOW-leeftijd in 2031 gelijk blijft, is gunstig nieuws voor de omvang van de WIA-populatie en de toekomstige druk op de uitvoering bij UWV. Dit heeft te maken met 2 effecten.
Aankondiging moet 5 jaar van tevoren
Dat nu al een globale inschatting mogelijk is van deze WIA-effecten in 2031, komt door een wettelijke bepaling over het tijdstip waarop aankondigingen over de AOW-leeftijd horen plaats te vinden. Deze houdt in dat de overheid stijgingen van deze leeftijd 5 jaar van tevoren moet aankondigen. Vorig jaar stelde de regering de AOW-leeftijd voor 2030 vast op 67 jaar en 3 maanden. Omdat de levensverwachting volgens het CBS langzamer stijgt dan eerder gedacht, is er dit jaar geen reden om deze leeftijdsgrens aan te passen. De resterende levensverwachting voor 2031 ligt op 21,02 jaar.
Geen aanwijzingen voor gebruik van de sociale zekerheid voor prepensioen
De Kamerbrief bevat ook resultaten van de AOW-monitor 2025. Dit jaarlijkse onderzoek in opdracht van het ministerie van SZW brengt in kaart wanneer mensen bij de stijgende AOW-leeftijd daadwerkelijk met pensioen gaan. Hierbij is ook aandacht voor effecten op de sociale zekerheid. Dit jaar is voor het eerst ook een analyse opgenomen van de effecten van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Enkele belangrijke bevindingen:
Meer weten?