Het hard gelag van een kleine werkgever bij een loonsanctie
Werkgever is een klein bedrijf met vier monteurs, één administratief medewerker en een eigenaar. Eén van de werknemers valt ziek uit, wat direct gevolgen heeft voor de werkverdeling en planning. Dit is de eerste keer dat deze werkgever te maken krijgt met ziekteverzuim. Hij is aangesloten bij een arbodienst die een bedrijfsarts levert. De werknemer heeft een breed scala aan klachten: COPD, pijnklachten aan beide knieën, CTS in beide polsen met krachtverlies, trillende en slapende handen, aanhoudende pijnklachten in nek en rug, psychische klachten en traumata. Werkgever vertrouwt volledig op de adviezen van de arbodienst.
Na één jaar ziekte stelt de bedrijfsarts een IZP op. Enkele dagen later meldt de werknemer een terugval in zijn herstel, waarna er onderzoeken volgen. Een maand later spreekt de bedrijfsarts de werknemer opnieuw. Het gaat nog steeds niet goed; de klachten en beperkingen houden aan. Aanvullend onderzoek is gaande en wordt binnenkort afgerond. Tevens is een aanvullende behandeling opgestart. Arbeidsdeskundig onderzoek wijst uit dat er bij de eigen werkgever geen mogelijkheden zijn en dat spoor 2 aan de orde is. Spoor 2 wordt opgestart, maar door de toegenomen klachten komt het niet goed op gang. Twee maanden later past de bedrijfsarts het IZP aan. De bedrijfsarts koppelt terug dat er sprake is van toegenomen klachten. Behandelingen bij meerdere behandelaars zijn gaande.
Na twee jaar stelt het UWV dat er te weinig inspanningen zijn verricht, en de werkgever moet 52 weken langer loon doorbetalen. De verzekeringsarts vindt dat er geen medische reden was om spoor 2 later op te starten (4 maanden na de eerstejaarsevaluatie). Hierdoor zijn er mogelijk kansen gemist.
De werkgever reageert woedend wanneer hij de loonsanctie van het UWV ontvangt. Hij heeft de adviezen van de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige altijd gevolgd en begrijpt niet dat hem nu toch een loonsanctie wordt opgelegd. De zus van de werkgever, die de administratie verzorgt, wordt zo ziek van de situatie dat zij stopt met werken. Werkgever slaapt slecht, en het zien van de werknemer regelmatig in het dorp, bijvoorbeeld tijdens carnaval, maakt de situatie nog zwaarder. Het gaat zelfs zo ver dat hij niet meer langs het huis van de werknemer durft te rijden en daarom omrijdt. De werkgever is niet verzekerd voor ziekteverzuim, wat maakt dat er een behoorlijke financiële druk op het bedrijf staat. Hij overweegt zelfs om het bedrijf te beëindigen.
Gelukkig is er een rechtsbijstandverzekering waardoor het bezwaar kan worden gefinancierd. De grondslag voor bezwaar is dat door het steeds verder verergeren van de klachten er een duidelijke medische grondslag was voor een vertraging in spoor 2. Tijdens de hoorzitting bezwaar hield de werkgever een emotioneel pleidooi over wat een loonsanctie betekent voor een kleine werkgever zoals hij. Het UWV geeft aan begrip te hebben voor de situatie en verwijst naar de mogelijkheid om te bekorten. Een achterstand van vier maanden spoor 2 inhalen zou voldoende zijn voor reparatie. Daarmee wordt meteen duidelijk dat de loonsanctie in bezwaar niet zal worden herzien. Omdat er mogelijkheden waren, er geen second opinion is ingezet en niet genoeg is gestuurd op re-integratie blijft de loonsanctie in stand. De arbeidsdeskundige licht in zijn rapport toe dat hij niet kan reageren op medische geschillen en geeft een procesomschrijving van hoe er gehandeld moet worden.
Werkgever is de wanhoop nabij en wil zo spoedig mogelijk bekorten. Echter om financiële redenen is spoor 2 direct na de EWT gestopt. Hierdoor kan een bekorting pas plaatsvinden nadat er opnieuw vier maanden spoor 2 zijn uitgevoerd. Echter hiervoor zijn niet voldoende financiële middelen. De enige optie die overblijft is het derde ziektejaar vol te maken en de WIA-beoordeling afwachten. Dan wacht de werkgever een nieuw probleem; het afhandelen van het dienstverband wat hij niet slapend kan houden. De arbeidsovereenkomst moet beëindigd worden en een transitievergoeding moet worden betaald. Het is zeer waarschijnlijk dat de werkgever dit financieel niet meer te boven komt.
Interessante uitspraken die gaan over het tijdig inzetten van spoor 2:
Groet,
Michiel Slot
Jurist arbeidsongeschiktheid en re-integratie