Geen categorie

RSC Online Professional Meeting – 28 juni 2022

Webinar: Het belang van medische expertises

Op 28 juni organiseren we een nieuwe Online Professional Meeting.
Ditmaal met Isabella Bruggenkamp over het belang van medische expertises.

 

Isabella Bruggenkamp

Isabella Bruggenkamp, ICARA
28 juni 2022 | 16.00 uur – 17.30 uur

We weten allemaal dat medische expertises kostbaar zijn. Het is dus belangrijk te kunnen onderkennen wanneer het wel of niet zinvol is om deze expertises in te zetten.

Makkelijk gezegd, maar in de praktijk nog niet zo simpel, want je moet rekening houden met bijvoorbeeld:

  • Wanneer heeft een expertise toegevoegde waarde?
  • Wat is het juiste moment om expertise in te zetten?
  • Wat zijn de voordelen van de medische expertises?
  • Wegen de kosten tegen de baten op?
  • Wat is het verschil tussen een expertise door een bedrijfsarts en een verzekeringsarts?
  • Vanuit welke kaders moeten zij werken?
  • Hoe kun je de adviezen opvolgen?

Isabella Bruggenkamp, directeur van ICARA en PSIcara, kan hier als geen ander over vertellen. ICARA is gespecialiseerd in het beoordelen van gezondheidsklachten en medische beperkingen van mensen die langdurig ziek en arbeidsongeschikt zijn. Zij worden ingeschakeld als het herstel of de re-integratie stagneert, er twijfel is over benutbare mogelijkheden of als er sprake is van een onduidelijke diagnose/prognose.

Het bijwonen van de Professional Meeting is gratis. Je verdient hiermee 1 PE-punt.
Wees er snel bij, want het aantal deelnemers is beperkt.

Kennistoets voorjaar 2022

De uitnodiging voor de kennistoets voorjaar 2022 wordt binnenkort verzonden. Degenen die in aanmerking komen voor de kennistoets ontvangen hierover bericht in de mail. In deze mail staat ook uitgelegd op welke wijze de toets geboekt kan worden.

Voor het uitvoeren van de PE-toets werkt het RSC samen met Cylin Exameninstituut en Eureka Examenlocaties. Dit betekent dat de kennistoets op 15 locaties in het land gemaakt kan worden, op een moment naar keuze. De kennistoets voorjaar 2022 kan in de periode van 15 maart tot 15 juli 2022 gemaakt worden.

Nieuwe versie readers
Om je op de toets voor te bereiden is er een reader over sociale wetgeving en een reader over arbeidsrecht beschikbaar. Deze vind je op de website onder het kopje ‘Het Register” wanneer je bent ingelogd op de website van het RSC.

 

 

 

 

Webinar RSC 21 december 2021

Op 21 december vond ons webinar RSC 2021 plaats. Heb je deze gemist of wil je het nog een keer terugkijken, klik op onderstaande link.
Neem contact op met Francis Hamers via francis.hamers@register-rsc.nl om de toegangscode op te vragen.

Wil je de documenten van ons webinar nog eens nalezen?
Download onderstaande bestanden:

RSC reageert naar SZW op Veegwet 2022

De faculteit RSZ heeft naar de Vaste Commissie Sociale Zaken gereageerd op twee voorstellen uit de Veegwet 2022. Het betreft twee ingrijpende voorstellen van het UWV, waarmee onzes inziens op een oneigenlijke manier gebruik gemaakt wordt van de Veegwet. 

Het gaat om de volgende voorstellen:

  1. Een werkgever kan na 1 jaar geen beroep meer doen op een no-risk uitkering
  2. UWV verhaalt de verleende WIA-voorschotten op de eigenrisicodrager.

Voorstel Veegwet 1: Een werkgever kan na 1 jaar geen beroep meer doen op een no-risk uitkering

Als een werkgever iemand in dienst neemt met een SFB-status en deze persoon ziek wordt, hoeft de werkgever in principe het ziekengeld niet zelf te betalen. Deze werknemer heeft recht op een Ziektewetvangnetuitkering van het UWV (no-risk). Wanneer die werknemer vervolgens in de WGA terechtkomt, hoeft de werkgever die WGA-uitkering over de eerste 10 jaar ook niet te betalen. Per werknemer hebben we het over een bedrag van gemiddeld € 130.000.

Nu weet een werkgever niet altijd dat hij een iemand met een SFB-status in dienst neemt of heeft, omdat de werknemer dat niet meldt of daarover niet de waarheid vertelt. Wanneer de werkgever daar later achter komt, kan hij alsnog een ZW-uitkering bij UWV declareren. Hiervoor geldt een terugvorderingstermijn van 5 jaar.

In praktijk probeerde UWV bij zo’n late claim op de no-risk daar onderuit te komen door te zeggen dat de no-riskstatus niet op tijd was geclaimd. In de Rechtspraak heeft zowel de CR als de HR bepaald dat dit een onjuist standpunt is: het gaat erom dát er recht bestond, niet vereist was dat dit (tijdig) geclaimd was.

Nu probeert UWV in de Veegwet tóch in te voeren dat er binnen 1 jaar een no-risk ZW moet zijn geclaimd én uitbetaald! Een heel vreemde en zeer onnodige maatregel, die onzes inziens alleen maar de afstand vergroot tussen overheid en werkgevers als het om sociale wetgeving gaat. Waarom? Heel simpel: UWV is dé partij is die weet of iemand een no-risker is. Zij geven immers zelf deze status af. Als de werkgever het om enige reden niet zou weten, dan zou UWV dit zelf direct kenbaar moeten maken op het moment dat er ziekmeldingen worden gedaan.

Met andere woorden: Waarom is hier de werkgever de pineut als deze wellicht belangrijke informatie niet heeft doorgekregen, terwijl UWV alle data in huis heeft?

Waarom moet een werkgever afhankelijk zijn van de performance van UWV, die ook nog een zware voorwaarde stelt aan claimen én toekennen/uitbetalen? Waarom niet elkaar gewoon helpen met beschikbare informatie in plaats van de verantwoordelijkheid afschuiven? Wij begrijpen hier niets van.

Voorstel Veegwet 2: UWV verhaalt de verleende voorschotten bij WGA-eigenrisicodrager

Al geruime tijd heeft het UWV te kampen met grote achterstanden. Dit leidt tot vertragingen in het nemen van WIA-beslissingen. In afwachting van deze beslissing wordt door het UWV vaak een voorschot aan de (ex-)werknemer toegekend. Deze voorschotten worden in geval dat de werkgever eigenrisicodrager is, vervolgens verhaald op de werkgever. Hiervoor is echter geen enkele rechtsgrond, zo oordeelde de rechter in een recente procedure tegen het UWV. (ECLI:NL:RBLIM:2021:7549). In de wet WIA staat immers alleen dat een eigenrisicodrager het risico draagt nadat het recht op WGA-uitkering is ontstaan (art. 83 WIA).

Er is pas sprake van een eventuele uitkering als er een WIA-keuring is geweest en er een WIA-beschikking is. Dit is hier niet het geval. In de Wet WIA is geen bepaling opgenomen die een WIA-voorschot gelijkstelt aan een WIA-uitkering. Bovendien, stelt de rechtbank, UWV is dan wel bevoegd om voorschotten op een WIA-uitkering te verlenen, maar dat betekent niet dat dit voorschot aan een eigenrisicodrager kan worden toegerekend.

UWV probeert dit nu op te lossen door een artikellid (art 84 lid 3 WIA) aan de wet toe te voegen waarin bepaald wordt dat “een voorschot” gelijk te stellen is met “een uitkering”.

Onze vraag is: Waarom is het acceptabel dat een uitvoeringsprobleem van het UWV afgewenteld wordt op eigenrisicodragende werkgevers? 

  • Het creëert een ongelijk speelveld, aangezien de publiek verzekerde werkgever hier geen last van heeft.
  • Het levert de eigenrisicodrager onnodige administratie en kosten op; op een toch al complex onderwerp.
  • Het kan voor de Mkb’er die eigenrisicodrager is (en die zijn er nog) een fors continuïteitsvraagstuk opleveren.

Kortom: wij vragen de commissie bijzonder kritisch te zijn op de voorgestelde wijzigingen.

Reactie bestuur RSC op Veegwet 11 november 2021

 

RSC Permanent Actueel is live!

Het is zover: RSC Permanent Actueel is live! Het is nu nog makkelijker om PE-punten te behalen. Op RSC Permanent Actueel vind je elke maand artikelen over relevante ontwikkelingen in ons vakgebied. Onder elk artikel staan een aantal vragen die je kan beantwoorden. Heb je zes maanden lang alle artikelen bestudeerd en de vragen beantwoord, dan kun je een certificaat downloaden. Hiermee kun je in je persoonlijke omgeving 3 PE-punten aanvragen. Per jaar zijn er zo dus 6 PE-punten te behalen.

Je vindt RSC Permanent Actueel als je ingelogd bent als lid op de RSC-website. Ga naar ‘Het register’ en kies dan Permanente Educatie. Veel lees-en studieplezier!

Visiedocument RSC: houd 2 jaar loondoorbetaling in stand

De faculteit Riskmanagement Sociale Zekerheid/inkomensmarkt van het RSC heeft een visiedocument geschreven als reactie op de huidige plannen van verzuim en arbeidsongeschiktheid. Anders dan de politieke partijen bepleit het RSC het handhaven van de 2 jaar loondoorbetaling bij ziekte.

In de politiek lijkt het een gelopen race: de loondoorbetaling bij ziekte zou teruggebracht moeten worden naar 1 jaar. Het RSC bepleit echter de loondoorbetalingsverplichting van 2 jaar voorlopig te handhaven. En in het verlengde daarvan de premiedifferentiatie of eigenrisicodragen WGA voor het grootbedrijf. Het RSC is ervan overtuigd dat deze twee maatregelen ervoor gezorgd hebben dat het ziekteverzuim in Nederland acceptabel is.

Ook zou het terugbrengen van de loondoorbetalingsverplichting een substantieel hogere WIA-instroom betekenen, aldus het RSC. Nu spannen werkgevers en namens werkgevers arbodiensten en verzekeraars, zich minimaal 2 jaar in om werknemers weer snel aan de slag te krijgen. Die verbondenheid met een werkgever is belangrijk: re-integratie met werkgever is veel succesvoller dan re-integratie zonder werkgever.

Financiële prikkel voor werknemers

Wel ziet het RSC nog mogelijkheden om het verzuim en de WIA-instroom nog verder terug te dringen. Bijvoorbeeld door werknemers meer te prikkelen regie te nemen in hun eigen re-integratietraject. Een financiële prikkel zou kunnen zijn niet het hele eerste jaar 100% loon door te betalen en in het tweede ziektejaar de loondoorbetaling te beperken tot 70%. Werken moet lonend zijn voor de werknemer en dat is nu door allerlei cao-regelingen lang niet altijd het geval.

Verruiming no-riskpolis

Daarnaast is er volgens het RSC nog veel winst te behalen in het organiseren van werk voor zieke werknemers buiten het eigen bedrijf. Werkgevers wachten nu tot na de 104 weken ziekte om deze werknemers aan te nemen, zodat zij eerst verplicht naar de WIA-keuring gaan. Pas daarna kan de nieuwe werkgever profiteren van de no-riskpolis en loopt hij geen risico als de werknemer opnieuw uitvalt. Eerdere plaatsing in een nieuwe baan zal veel sneller gaan als er een verruiming van de no-riskpolis komt.

WIA moet eenvoudiger

Ook stelt het RSC dat de WIA veel te ingewikkeld is. Werknemers hebben nauwelijks een beeld bij wat de WIA voor hen betekent. Goede voorlichting hierover is dan ook erg belangrijk.

De commissie-Borstlap schets een verplichte basisverzekering bij arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden voor. Het RSC vindt dit een waardevol idee. Deze verzekering zou dan net als de zorgverzekering uitgevoerd moeten worden door private verzekeringsmaatschappijen in plaats van door het overbelaste UWV.

Zie: Visiedocument- Bijna iedereen aan het werk

 

PE-toets één keer per 3 jaar en nieuw online PE-systeem

Tot nu toe waren RSC-leden verplicht één keer in de 2 jaar een PE-toets af te leggen. Dit wordt nu veranderd in één keer in de 3 jaar. Daarnaast komt er een extra manier om PE-punten te verzamelen bij.

Het RSC hecht veel belang aan kwaliteit en kennis. Vandaar dat het verplicht was elke 2 jaar een PE-toets te maken. Veel leden zien echter op tegen dit toetsmoment: iedereen is druk en je wilt je toch even goed voorbereiden. Om hier enige verlichting in te brengen, hebben we als bestuur besloten de PE-toets voortaan één keer in de 3 jaar af te nemen. Daarnaast richten we een online permanente educatie systeem in, waarmee je makkelijk je kennis kunt bijhouden en ook nog PE-punten kunt verdienen.

Om de 3 jaar een toets

Elke 3 jaar maak je als RSC-lid een PE-toets. Hiervoor is er elk voor- en najaar een toetsronde. Leidend hierbij is de datum van het diploma waarmee je toegang tot het RSC hebt gekregen. Heb je bijvoorbeeld op 15 september 2018 je ROV-diploma behaald, dan krijg je een uitnodiging voor een PE-toets in het najaar van 2021. En daarna weer voor najaar 2024. De PE-toets bestaat uit 30 meerkeuzevragen en wordt verzorgd door Cylin Exameninstituut Sociale Zekerheid. Als je je vakkennis bijhoudt moet dit geen enkel probleem zijn. Het maken van de toets levert 10 PE-punten op.

De uitnodigingen voor de toetsronde najaar 2021 worden begin september verzonden. Je hebt dan tot 15 december de tijd om de toets te maken. Om je goed voor te bereiden kun je de readers sociale wetgeving en arbeidsrecht bestuderen: deze kun je vinden onder het kopje Leden op de site.

Artikelen met vragen
Om het makkelijk te maken tussentijds je vakkennis bij te houden, gaan we vanaf september  werken met een online permanente educatie systeem. Hierin plaatsen we elke maand ten minste 1 artikel over de meest relevante ontwikkelingen. Nadat je het artikel gelezen hebt, kun je hierover een aantal vragen beantwoorden. Heb je zes maanden lang alle artikelen bestudeerd en de vragen beantwoord, dan kun je een certificaat downloaden en daarmee in je persoonlijke omgeving 3 PE-punten aanvragen. Per jaar zijn er zo dus 6 PE-punten te behalen. Binnenkort krijg je meer uitleg en een inlog voor het systeem.

 

 

Reactie RSC op nieuwsbericht ‘Financieel drama voor arbeidsongeschikten door strikte regels’

RTLnieuws.nl publiceerde op 24 juni een artikel waarin FNV waarschuwt voor armoedeval bij zogenaamde 35-minners. Veel personen uit deze doelgroep zitten zonder baan en werkgevers zijn huiverig ‘mensen met een vlekje’ aan te nemen. Er zijn veel schrijnende gevallen, aldus de FNV. Het RSC snapt en deelt de zorg en oproep van de FNV, maar mist toch ook een belangrijke nuance in deze stellingname. Graag geven we onze visie.

Allereerst: wat zijn de feiten? Grofweg kun je stellen dat van alle werknemers die zich aan de ‘WIA-poort’ melden, bijna 1/3 vervolgens niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Jaarlijks krijgen  ongeveer 20.000 werknemers het bericht dat zij geen WIA-uitkering ontvangen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn. Zij hebben nog voldoende verdiencapaciteit en zouden in beginsel in staat moeten zijn inkomen te genereren. We beseffen dat dit om een grote groep mensen gaat, maar in de periode van de 104 weken ziekte worden zij er door de casemanagers wel op voorbereid dat er wellicht voor hen geen uitkering is en dat ze dus alles op alles moeten zetten om een nieuwe passende baan te vinden. De hoge ondergrens voor de WIA wordt dus als een belangrijke werkprikkel beschouwd.

WIA-grens naar 15%?

In het SER-advies aan het kabinet wordt aangegeven de WIA-toetredingsgrens van 35% terug te brengen naar 15%. Eén van de redenen hiervoor is dat de WIA op dit moment niet voldoet aan het Europese ILO 121 verdrag. De vraag is echter of dit verdrag in dit kader echt relevant is. Immers, we hanteren het huidige WIA-stelsel al ruim 15 jaar. Binnen Europa is er absoluut geen uniformiteit tussen de landen als het gaat om sociale wetgeving voor ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Op zich is het natuurlijk heel nobel om de grens naar 15% terug te brengen. Dit kost de staat rond de 450 miljoen euro per jaar. RTL schat in dat daarmee tussen de 4.000 en 8.000 werknemers een uitkering zullen ontvangen. De vraag is of deze investering van 450 miljoen wel echt de oplossing biedt voor deze groep werknemers. Wij zijn van mening dat deze investering voor een grotere groep dan 4000-8000 werknemers kan renderen als dit bedrag op een andere manier wordt ingezet. In ons pleidooi willen wij aangeven dat extra uitgaven niet ingezet zouden moeten worden voor het betalen van uitkeringen, maar juist om werknemers van werk naar werk te stimuleren en blokkades op te heffen die werkgevers hebben om deze mensen aan te nemen.

Stimuleer van werk naar werk

Het RSC vindt stellig dat als de overheid toch extra geld wil uitgeven, het relevanter is om na te denken over de plannen zoals het RSC deze heeft benoemd in de door haar gepubliceerde position paper. Geef bijvoorbeeld tweedespoorkandidaten die overgaan naar een nieuwe werkgever direct al recht op Ziektewetvangnet (no-risk). Dan weet de nieuwe werkgever dat hij geen risico loopt als de werknemer onverhoopt toch weer uitvalt. Oftewel, stimuleer van werk naar werk gaan, in plaats van sec uitkeringen te verstrekken. Daar wordt iedereen beter van.

Blokkades opheffen bij werkgevers

Werkgevers zijn huiverig om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan te nemen. Wat het RSC dagelijks ervaart, is dat de subsidiemogelijkheden die door de overheid worden gegenereerd onvoldoende op het netvlies staan bij werkgevers. En dat daarmee potentieel JA zeggen tegen ‘mensen met een vlekje’ wordt beperkt. Daarom pleiten we ook voor uitbreiding van de no-riskpolis waarbij er ook bij het einde van een WIA-uitkering nog wel gedurende vijf jaar recht blijft bestaan op uitloop no-riskpolis.

Wij denken dat het daarnaast goed is de volgende inhoudelijke overwegingen ook in de discussie te betrekken:

Noodzaak inzet van scholing

  • Als iemand 20% arbeidsongeschikt wordt beoordeeld (en dus 35-min) ligt de resterende verdiencapaciteit best hoog. Iemand die € 35.000 salaris verdiende zal dan nog € 28.000 verdiencapaciteit hebben. Stel dat de ondergrens van de WIA teruggaat naar 15% arbeidsongeschiktheid, dan moet de werknemer om in aanmerking te komen voor een WIA -loonaanvullingsuitkering (LAU) nog altijd 50% van zijn verdiencapaciteit benutten, dus in dit geval € 14.000 verdienen. Anders komt hij alsnog in een veel lagere WGA vervolguitkering die dan vermoedelijk 14% van het minimumloon bedraagt oftewel dan is er alsnog een armoedeval. Voor iedereen geldt dat om de 50% verdiencapaciteit te kunnen benutten scholing van belang is. Scholing helpt zeker wanneer je kijkt naar de branches waar een tekort is aan arbeidskrachten. Er is immers werk maar er is nog een mismatch op de arbeidsmarkt en scholing kan die mismatch verkleinen.
  • De stijging van de WIA-instroom ligt vooral bij de ouderen. Gezien de ontwikkeling van de demografie is het belangrijk ouderen zo lang mogelijk aangehaakt te houden. Kennis in huis houden is de komende jaren cruciaal. Moeten wij dan niet kijken naar generatiepact-achtige oplossingen om de belasting en belastbaarheid veel beter in balans te houden (uiteraard geen oplossingen die eerder uittreden eenvoudiger maken maar oplossingen om hen langer aan het werk te houden). Elke oplossing is maatwerk, maar ook hierbij is scholing essentieel. Zeker voor werknemers in fysiek zware beroepen moeten er extra scholingsbudgetten komen en wellicht tijdens de scholing een korte overbruggingsuitkering waarmee ze in die periode kunnen instromen in een fysiek minder belastende baan. Dit vraagt om maatwerk want deze doelgroep is moeilijker om te scholen.

Betere begeleiding aan zieke werknemers zonder werkgever

  • De WIA-instroom vanuit werknemers zonder werkgever (Ziektewetvangnet) is 50%. Werknemers die vanuit een dienstverband in de WIA terechtkomen, hebben aanmerkelijk betere kansen op het vinden van nieuwe posities op de arbeidsmarkt. Is dat toeval? Nee, dat komt doordat de begeleiding via werkgevers veel beter geregeld is. En daarmee laten de register-casemanagers direct zien wat het resultaat is van de inspanningen in de begeleiding van een zieke werknemer. Zieke werknemers zonder werkgever doen zelden een re-integratiepoging. Daar komt bij dat het aantrekkelijk is om vanuit de WW ziek te worden omdat op deze manier de WW -termijn wordt opgeschort. Bij het UWV is er het eerste ziektejaar weinig tot geen poortwachterbegeleiding, waardoor men gemakkelijk een jaar ziek kan blijven (tot aan de eerstejaarsbeoordeling Ziektewet). Hierdoor ontstaat onnodige inactiviteit en een grotere kans op een WIA-keuring met de uitkomst < 35% arbeidsongeschiktheid. Een betere begeleiding van 35-minners is ook dan noodzakelijk. De praktijk laat zien dat 20% van hen na 5 jaar toch alsnog een WIA-uitkering ontvangt wegens toename van Begeleiding naar werk is cruciaal aangezien werk onderdeel kan zijn van herstel.

Pas op voor schijnzekerheid

De ondergrens voor de WIA terugbrengen naar 15% is schijnzekerheid geven aan werknemers die denken dat er toch altijd een uitkering voor hen is. De werknemer tussen de 15% – 35% arbeidsongeschiktheid heeft namelijk ook dan nog een baan nodig, want bij lage percentages arbeidsongeschiktheid is de uitkering voor de betrokkene ook laag. Als iemand niet aan het werk komt en in de WGA-vervolguitkering nog een percentage van het minimumloon ontvangt, kan hij niet rondkomen. Het WIA-recht is dan nog een schijnzekerheid voor de mensen. Bij 15-25% gaat dit om een bedrag van 14% van het minimumloon. En bij 25-35% gaat dit om een bedrag van 21% van het minimumloon. Oftewel, willen ze echt een goed inkomen ontvangen dan hebben ze altijd een baan nodig. Daarom is het van belang de middelen te gebruiken om van werk naar werk te komen. En verwijzen we graag naar de voorstellen die hiervoor zijn gedaan voor de internetconsultatie richting ZonMW.

Natuurlijk zijn er altijd schrijnende gevallen en natuurlijk zijn er spelregels. Toch is het RSC van mening dat lang niet alle mogelijkheden worden benut. En dat via goede regie op de begeleiding heel veel laag hangend fruit geplukt kan worden. Bij het RSC zijn meer dan 1.600 register-casemanagers en re-integratiecoaches aangesloten die perfect weten waar te moeten plukken.