Geen categorie

Visiedocument RSC: houd 2 jaar loondoorbetaling in stand

De faculteit Riskmanagement Sociale Zekerheid/inkomensmarkt van het RSC heeft een visiedocument geschreven als reactie op de huidige plannen van verzuim en arbeidsongeschiktheid. Anders dan de politieke partijen bepleit het RSC het handhaven van de 2 jaar loondoorbetaling bij ziekte.

In de politiek lijkt het een gelopen race: de loondoorbetaling bij ziekte zou teruggebracht moeten worden naar 1 jaar. Het RSC bepleit echter de loondoorbetalingsverplichting van 2 jaar voorlopig te handhaven. En in het verlengde daarvan de premiedifferentiatie of eigenrisicodragen WGA voor het grootbedrijf. Het RSC is ervan overtuigd dat deze twee maatregelen ervoor gezorgd hebben dat het ziekteverzuim in Nederland acceptabel is.

Ook zou het terugbrengen van de loondoorbetalingsverplichting een substantieel hogere WIA-instroom betekenen, aldus het RSC. Nu spannen werkgevers en namens werkgevers arbodiensten en verzekeraars, zich minimaal 2 jaar in om werknemers weer snel aan de slag te krijgen. Die verbondenheid met een werkgever is belangrijk: re-integratie met werkgever is veel succesvoller dan re-integratie zonder werkgever.

Financiële prikkel voor werknemers

Wel ziet het RSC nog mogelijkheden om het verzuim en de WIA-instroom nog verder terug te dringen. Bijvoorbeeld door werknemers meer te prikkelen regie te nemen in hun eigen re-integratietraject. Een financiële prikkel zou kunnen zijn niet het hele eerste jaar 100% loon door te betalen en in het tweede ziektejaar de loondoorbetaling te beperken tot 70%. Werken moet lonend zijn voor de werknemer en dat is nu door allerlei cao-regelingen lang niet altijd het geval.

Verruiming no-riskpolis

Daarnaast is er volgens het RSC nog veel winst te behalen in het organiseren van werk voor zieke werknemers buiten het eigen bedrijf. Werkgevers wachten nu tot na de 104 weken ziekte om deze werknemers aan te nemen, zodat zij eerst verplicht naar de WIA-keuring gaan. Pas daarna kan de nieuwe werkgever profiteren van de no-riskpolis en loopt hij geen risico als de werknemer opnieuw uitvalt. Eerdere plaatsing in een nieuwe baan zal veel sneller gaan als er een verruiming van de no-riskpolis komt.

WIA moet eenvoudiger

Ook stelt het RSC dat de WIA veel te ingewikkeld is. Werknemers hebben nauwelijks een beeld bij wat de WIA voor hen betekent. Goede voorlichting hierover is dan ook erg belangrijk.

De commissie-Borstlap schets een verplichte basisverzekering bij arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden voor. Het RSC vindt dit een waardevol idee. Deze verzekering zou dan net als de zorgverzekering uitgevoerd moeten worden door private verzekeringsmaatschappijen in plaats van door het overbelaste UWV.

Zie: Visiedocument- Bijna iedereen aan het werk

 

PE-toets één keer per 3 jaar en nieuw online PE-systeem

Tot nu toe waren RSC-leden verplicht één keer in de 2 jaar een PE-toets af te leggen. Dit wordt nu veranderd in één keer in de 3 jaar. Daarnaast komt er een extra manier om PE-punten te verzamelen bij.

Het RSC hecht veel belang aan kwaliteit en kennis. Vandaar dat het verplicht was elke 2 jaar een PE-toets te maken. Veel leden zien echter op tegen dit toetsmoment: iedereen is druk en je wilt je toch even goed voorbereiden. Om hier enige verlichting in te brengen, hebben we als bestuur besloten de PE-toets voortaan één keer in de 3 jaar af te nemen. Daarnaast richten we een online permanente educatie systeem in, waarmee je makkelijk je kennis kunt bijhouden en ook nog PE-punten kunt verdienen.

Om de 3 jaar een toets

Elke 3 jaar maak je als RSC-lid een PE-toets. Hiervoor is er elk voor- en najaar een toetsronde. Leidend hierbij is de datum van het diploma waarmee je toegang tot het RSC hebt gekregen. Heb je bijvoorbeeld op 15 september 2018 je ROV-diploma behaald, dan krijg je een uitnodiging voor een PE-toets in het najaar van 2021. En daarna weer voor najaar 2024. De PE-toets bestaat uit 30 meerkeuzevragen en wordt verzorgd door Cylin Exameninstituut Sociale Zekerheid. Als je je vakkennis bijhoudt moet dit geen enkel probleem zijn. Het maken van de toets levert 10 PE-punten op.

De uitnodigingen voor de toetsronde najaar 2021 worden begin september verzonden. Je hebt dan tot 15 december de tijd om de toets te maken. Om je goed voor te bereiden kun je de readers sociale wetgeving en arbeidsrecht bestuderen: deze kun je vinden onder het kopje Leden op de site.

Artikelen met vragen
Om het makkelijk te maken tussentijds je vakkennis bij te houden, gaan we vanaf september  werken met een online permanente educatie systeem. Hierin plaatsen we elke maand ten minste 1 artikel over de meest relevante ontwikkelingen. Nadat je het artikel gelezen hebt, kun je hierover een aantal vragen beantwoorden. Heb je zes maanden lang alle artikelen bestudeerd en de vragen beantwoord, dan kun je een certificaat downloaden en daarmee in je persoonlijke omgeving 3 PE-punten aanvragen. Per jaar zijn er zo dus 6 PE-punten te behalen. Binnenkort krijg je meer uitleg en een inlog voor het systeem.

 

 

Reactie RSC op nieuwsbericht ‘Financieel drama voor arbeidsongeschikten door strikte regels’

RTLnieuws.nl publiceerde op 24 juni een artikel waarin FNV waarschuwt voor armoedeval bij zogenaamde 35-minners. Veel personen uit deze doelgroep zitten zonder baan en werkgevers zijn huiverig ‘mensen met een vlekje’ aan te nemen. Er zijn veel schrijnende gevallen, aldus de FNV. Het RSC snapt en deelt de zorg en oproep van de FNV, maar mist toch ook een belangrijke nuance in deze stellingname. Graag geven we onze visie.

Allereerst: wat zijn de feiten? Grofweg kun je stellen dat van alle werknemers die zich aan de ‘WIA-poort’ melden, bijna 1/3 vervolgens niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Jaarlijks krijgen  ongeveer 20.000 werknemers het bericht dat zij geen WIA-uitkering ontvangen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn. Zij hebben nog voldoende verdiencapaciteit en zouden in beginsel in staat moeten zijn inkomen te genereren. We beseffen dat dit om een grote groep mensen gaat, maar in de periode van de 104 weken ziekte worden zij er door de casemanagers wel op voorbereid dat er wellicht voor hen geen uitkering is en dat ze dus alles op alles moeten zetten om een nieuwe passende baan te vinden. De hoge ondergrens voor de WIA wordt dus als een belangrijke werkprikkel beschouwd.

WIA-grens naar 15%?

In het SER-advies aan het kabinet wordt aangegeven de WIA-toetredingsgrens van 35% terug te brengen naar 15%. Eén van de redenen hiervoor is dat de WIA op dit moment niet voldoet aan het Europese ILO 121 verdrag. De vraag is echter of dit verdrag in dit kader echt relevant is. Immers, we hanteren het huidige WIA-stelsel al ruim 15 jaar. Binnen Europa is er absoluut geen uniformiteit tussen de landen als het gaat om sociale wetgeving voor ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Op zich is het natuurlijk heel nobel om de grens naar 15% terug te brengen. Dit kost de staat rond de 450 miljoen euro per jaar. RTL schat in dat daarmee tussen de 4.000 en 8.000 werknemers een uitkering zullen ontvangen. De vraag is of deze investering van 450 miljoen wel echt de oplossing biedt voor deze groep werknemers. Wij zijn van mening dat deze investering voor een grotere groep dan 4000-8000 werknemers kan renderen als dit bedrag op een andere manier wordt ingezet. In ons pleidooi willen wij aangeven dat extra uitgaven niet ingezet zouden moeten worden voor het betalen van uitkeringen, maar juist om werknemers van werk naar werk te stimuleren en blokkades op te heffen die werkgevers hebben om deze mensen aan te nemen.

Stimuleer van werk naar werk

Het RSC vindt stellig dat als de overheid toch extra geld wil uitgeven, het relevanter is om na te denken over de plannen zoals het RSC deze heeft benoemd in de door haar gepubliceerde position paper. Geef bijvoorbeeld tweedespoorkandidaten die overgaan naar een nieuwe werkgever direct al recht op Ziektewetvangnet (no-risk). Dan weet de nieuwe werkgever dat hij geen risico loopt als de werknemer onverhoopt toch weer uitvalt. Oftewel, stimuleer van werk naar werk gaan, in plaats van sec uitkeringen te verstrekken. Daar wordt iedereen beter van.

Blokkades opheffen bij werkgevers

Werkgevers zijn huiverig om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan te nemen. Wat het RSC dagelijks ervaart, is dat de subsidiemogelijkheden die door de overheid worden gegenereerd onvoldoende op het netvlies staan bij werkgevers. En dat daarmee potentieel JA zeggen tegen ‘mensen met een vlekje’ wordt beperkt. Daarom pleiten we ook voor uitbreiding van de no-riskpolis waarbij er ook bij het einde van een WIA-uitkering nog wel gedurende vijf jaar recht blijft bestaan op uitloop no-riskpolis.

Wij denken dat het daarnaast goed is de volgende inhoudelijke overwegingen ook in de discussie te betrekken:

Noodzaak inzet van scholing

  • Als iemand 20% arbeidsongeschikt wordt beoordeeld (en dus 35-min) ligt de resterende verdiencapaciteit best hoog. Iemand die € 35.000 salaris verdiende zal dan nog € 28.000 verdiencapaciteit hebben. Stel dat de ondergrens van de WIA teruggaat naar 15% arbeidsongeschiktheid, dan moet de werknemer om in aanmerking te komen voor een WIA -loonaanvullingsuitkering (LAU) nog altijd 50% van zijn verdiencapaciteit benutten, dus in dit geval € 14.000 verdienen. Anders komt hij alsnog in een veel lagere WGA vervolguitkering die dan vermoedelijk 14% van het minimumloon bedraagt oftewel dan is er alsnog een armoedeval. Voor iedereen geldt dat om de 50% verdiencapaciteit te kunnen benutten scholing van belang is. Scholing helpt zeker wanneer je kijkt naar de branches waar een tekort is aan arbeidskrachten. Er is immers werk maar er is nog een mismatch op de arbeidsmarkt en scholing kan die mismatch verkleinen.
  • De stijging van de WIA-instroom ligt vooral bij de ouderen. Gezien de ontwikkeling van de demografie is het belangrijk ouderen zo lang mogelijk aangehaakt te houden. Kennis in huis houden is de komende jaren cruciaal. Moeten wij dan niet kijken naar generatiepact-achtige oplossingen om de belasting en belastbaarheid veel beter in balans te houden (uiteraard geen oplossingen die eerder uittreden eenvoudiger maken maar oplossingen om hen langer aan het werk te houden). Elke oplossing is maatwerk, maar ook hierbij is scholing essentieel. Zeker voor werknemers in fysiek zware beroepen moeten er extra scholingsbudgetten komen en wellicht tijdens de scholing een korte overbruggingsuitkering waarmee ze in die periode kunnen instromen in een fysiek minder belastende baan. Dit vraagt om maatwerk want deze doelgroep is moeilijker om te scholen.

Betere begeleiding aan zieke werknemers zonder werkgever

  • De WIA-instroom vanuit werknemers zonder werkgever (Ziektewetvangnet) is 50%. Werknemers die vanuit een dienstverband in de WIA terechtkomen, hebben aanmerkelijk betere kansen op het vinden van nieuwe posities op de arbeidsmarkt. Is dat toeval? Nee, dat komt doordat de begeleiding via werkgevers veel beter geregeld is. En daarmee laten de register-casemanagers direct zien wat het resultaat is van de inspanningen in de begeleiding van een zieke werknemer. Zieke werknemers zonder werkgever doen zelden een re-integratiepoging. Daar komt bij dat het aantrekkelijk is om vanuit de WW ziek te worden omdat op deze manier de WW -termijn wordt opgeschort. Bij het UWV is er het eerste ziektejaar weinig tot geen poortwachterbegeleiding, waardoor men gemakkelijk een jaar ziek kan blijven (tot aan de eerstejaarsbeoordeling Ziektewet). Hierdoor ontstaat onnodige inactiviteit en een grotere kans op een WIA-keuring met de uitkomst < 35% arbeidsongeschiktheid. Een betere begeleiding van 35-minners is ook dan noodzakelijk. De praktijk laat zien dat 20% van hen na 5 jaar toch alsnog een WIA-uitkering ontvangt wegens toename van Begeleiding naar werk is cruciaal aangezien werk onderdeel kan zijn van herstel.

Pas op voor schijnzekerheid

De ondergrens voor de WIA terugbrengen naar 15% is schijnzekerheid geven aan werknemers die denken dat er toch altijd een uitkering voor hen is. De werknemer tussen de 15% – 35% arbeidsongeschiktheid heeft namelijk ook dan nog een baan nodig, want bij lage percentages arbeidsongeschiktheid is de uitkering voor de betrokkene ook laag. Als iemand niet aan het werk komt en in de WGA-vervolguitkering nog een percentage van het minimumloon ontvangt, kan hij niet rondkomen. Het WIA-recht is dan nog een schijnzekerheid voor de mensen. Bij 15-25% gaat dit om een bedrag van 14% van het minimumloon. En bij 25-35% gaat dit om een bedrag van 21% van het minimumloon. Oftewel, willen ze echt een goed inkomen ontvangen dan hebben ze altijd een baan nodig. Daarom is het van belang de middelen te gebruiken om van werk naar werk te komen. En verwijzen we graag naar de voorstellen die hiervoor zijn gedaan voor de internetconsultatie richting ZonMW.

Natuurlijk zijn er altijd schrijnende gevallen en natuurlijk zijn er spelregels. Toch is het RSC van mening dat lang niet alle mogelijkheden worden benut. En dat via goede regie op de begeleiding heel veel laag hangend fruit geplukt kan worden. Bij het RSC zijn meer dan 1.600 register-casemanagers en re-integratiecoaches aangesloten die perfect weten waar te moeten plukken.

 

 

Video: RI&E en PAGO

Net als vorig jaar hebben we 8 video’s opgenomen over interessante onderwerpen voor RSC-leden. Als je een video bekijkt en de evaluatie invult, krijg je automatisch een halve PE-punt bijgeschreven.

De eerste video: De RI&E en het PAGO

De RI&E is een belangrijk startpunt in het voorkomen van verzuim, arbeidsongeschiktheid en verloop. Stefan Adriaansen, kerndeskundige Arbeid en Organisatie van Richting, vertelt in deze video aan de hand van een praktijkvoorbeeld hoe je gebruik kunt maken van de RI&E om gezondheidsrisico’s te beperken. Ook gaat hij in op de PAGO (periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek) en het verschil met het PMO (preventief medisch onderzoek) en PVO (preventief vitaliteitsonderzoek).

Bekijk de video hier: https://youtu.be/AUge9xJ15Ys

 

3 PE-punten voor Online CS Zomermarkt

Op 29 juni organiseert CS Opleidingen een Online Zomermarkt: 3 webinars over het Thema Gezondheid, Toekomst en Werk. Deelname is gratis. RSC-leden ontvangen 3 PE-punten als ze alle 3 webinars volgen. Het is niet mogelijk 1 PE-punt te ontvangen als je 1 webinar volgt.

Webinar 1: 13.30 – 14.30:  Toekomst en werk: investeren in mensen

Sprekers: Frank Kalshoven en Marjol Nikkels

Alle mensen in Nederland goed aan het werk. Dat is het doel van het Platform de Toekomst van Arbeid. Om dat te realiseren moeten we werken, leren en verzekeren anders inrichten. Er is een transitie nodig, een ingrijpende wijziging van de inrichting van Nederland op macroniveau. In het rapport Investeren in mensen wordt het sociale contract, ofwel het geheel aan afspraken dat we met elkaar hebben, op onderdelen herschreven.  Er worden nieuwe rechten geïntroduceerd en ook nieuwe plichten. De leidraad hierbij is de waarde van werk. Werken vergroot welvaart en welzijn. Frank Kalshoven doet de concrete voorstellen van het Platform uit de doeken: van een individuele ontwikkelrekening en een belastinghervorming die (meer) werken lonender maakt tot solidaire inkomensverzekeringen en een basisbaan in plaats van een uitkering.

Webinar 2: 14.35 – 15.25 uur: Gezondheid en werk: je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden!

Sprekers: Nicole van het Bolscher en Ruud de Leede

Het is de hoogste tijd om vanuit goed werkgeverschap én goed werknemerschap het tij te keren. Waarom hebben we toch zo lang gefocust en gestuurd op het terugdringen van het ziekteverzuim in plaats van het preventief investeren in het belangrijkste kapitaal van de organisatie: haar medewerkers? Stel je eens voor wat er mogelijk wordt wanneer werkgevers massaal gaan inzetten op het versterken van medewerkers, hen faciliteren om vanuit intrinsieke motivatie de beste, meest vitale bevlogen versie van zichzelf te worden. En medewerkers vanuit hun kernwaarden en hun talenten bij gaan dragen aan de realisatie van de organisatiedoelstellingen?

Precies! Medewerkers krijgen vleugels, voelen zich gezien en gewaardeerd. De betrokkenheid bij de organisatie is groot. En ze geven het beste van zichzelf, waardoor hun effectiviteit, productiviteit, creativiteit, innovatief vermogen stijgt en het verzuim vanzelf daalt. Zonder dat u daar als werkgever de nadruk op legt.

Wat is er nodig voor optimaal vitale medewerkers en leidinggevenden die zelf verantwoordelijkheid nemen voor de eigen duurzame inzetbaarheid, voor vitale teams en voor een vitale organisatie in zijn geheel?  Nicole van het Bolscher deelt haar unieke aanpak en alle deelnemers kunnen hieraan via de chat actief meedoen en vragen stellen.

Webinar 3: 15.30 – 16.30 uur : Gezondheid, Toekomst en Werk

Sprekers: Herwin Schrijver en Marjol Nikkels

Herwin schrijft voortdurend in zijn blogs over gezondheid, toekomst en werk en de politieke noodzaak om te veranderen. We kunnen niet zo doorgaan. Herwin presenteert waarom er grote veranderingen aankomen. Marjol geeft aan wat dit alles betekent voor het register-casemanagement en waar het vakgebied zich naar toe ontwikkelt binnen een veranderende arbomarkt waar de behoeften centraal staan. Alle deelnemers kunnen reageren op de vraag wat er nu echt nodig is en hoe we gezamenlijk dat verschil gaan maken. Het inzicht neemt ook bij werkgevers toe dat een groot deel van de verzuim- en arbeidsongeschiktheidskosten (2 miljard euro per maand) met de juiste dienstverlening sterk positief beïnvloed kan worden. De krachtenvelden die hierdoor in werking treden zijn dat de politiek op macroniveau het gevoel heeft iets te moeten doen en dat werkgevers kritischer kijken naar het prijskaartje dat er aan verzuim en arbeidsongeschiktheid hangt.

Inschrijven kan via: Online CS Zomermarkt – CS Opleidingen (cs-opleidingen.nl)

 

 

Blog: Verdienen aan verzuim

De afgelopen tijd heb ik deel mogen uitmaken van een aantal interessante gesprekken en als voorbereiding daarop een aantal documenten bestudeerd. Een daarvan is de brief 2021-0000057175 aan de Tweede Kamer waarin de oplossing voor de onaanvaardbaar hoge werkdruk van het UWV-personeel wordt geschetst. En inderdaad, het is beangstigend om te lezen welke onvoorstelbare, onwerkbare, onverantwoorde risico’s er op ons afkomen wanneer we nu niets doen! De conclusie van UWV, NVVG en Gupta Strategists (wie kent ze niet?) is stevig: als we niet ingrijpen zal de vraag naar sociaal-medische dienstverlening in 2027 meer dan 25% hoger zijn dan het beschikbare aanbod. Ik zal het even vertalen: kort gezegd komt het erop neer dat de minister verwacht dat het UWV de komende jaren geen professionele keuringen (dat is de bedoelde sociaal-medische dienstverlening) meer denkt te kunnen doen.

De oplossing wordt gevonden in de introductie van een regiemodel voor sociaal-medische dienstverlening en een effectievere inzet van de verzekeringsarts in de Ziektewet. Er komt een sociaal medisch centrum waar onder meer psychologen en fysiotherapeuten het team van de verzekeringsarts komen versterken. Voor de juiste manier van werken met taakdelegatie en taakondersteuning komt er een ‘Handreiking Taakdelegatie verzekeringsartsen’. Daarnaast komt er een uitbreiding en kwaliteitsverbetering van de dossiervoorbereiding door de medisch secretaresses (ik zie een grote genderdiscussie in de Tweede Kamer aan de horizon, verwoede discussies vanwege de schande om als Kamer met zulke discriminerende teksten geconfronteerd te worden ).

Zorgwekkend

Voor wie er zin in heeft, lees de Kamerbrief over de ‘Toekomst sociaal-medisch beoordelen’ zelf eens. Maar persoonlijk stemt het document me enorm teleur. Het is vooral het gemak waarmee er weer zwaar wordt geïnvesteerd op kosten van de samenleving (UWV wordt immers met belastinggeld gefinancierd) en het feit dat de rekening bij de werkgevers wordt gelegd (die betalen de uitkeringen voor het grootste deel) wat zorgwekkend is. Het is een document waarin vooral wordt aangegeven dat het aantal branden enorm gaat toenemen, dus we hebben meer brandweermensen nodig om te kunnen blijven blussen. Dat er wordt onderzocht wat je kunt doen om de toename van het aantal branden tegen te gaan, is blijkbaar een discussie die maar ergens anders gevoerd moet worden. Symptoombestrijding is belangrijker dan de oorzaken aanpakken. Dat 25% toename van arbeidsongeschikten voor de Nederlandse werkgevers een jaarlijkse lastenverzwaring (zonder de extra uitvoeringskosten van UWV) van meer dan 5 miljard betekent, is schijnbaar verder niet relevant.

Schijnbaar, want het is vooral niet de bedoeling om te stoppen met het systeem van geld rondpompen. Veel te veel publicitaire gevolgen want wie gaat de politieke verantwoording nemen en wat moeten we dan met een club als UWV waarvan de eindeloze reorganisaties van de laatste 20 jaar dit soort bedroevende uitkomsten opleveren? Dat is alleen maar lastig en vermoeiend, dus hup munten erin, nieuwe teams met een ‘frisse aanpak’ neerzetten en niet zeuren maar poetsen. De verantwoording achteraf is bij een mislukt ‘intern UWV-project’ ook stukken eenvoudiger dan eerst allerlei nieuwe wetgeving door de Kamer te loodsen.

Alternatieven?

Een kleine analyse leert dat gelet op het enorme financiële belang van de overheid zelf, de kans uiterst klein is dat er vanuit de Tweede Kamer daadwerkelijk op aanpak van de oorzaken wordt gestuurd. Hoe het kan dat er steeds meer mensen 2 jaar verzuimen en gekeurd moet worden is dus geen kwestie. Bijna op hetzelfde moment dat demissionair minister Koolmees het genoemde document in de Tweede Kamer behandelde was een commissie in opdracht van dezelfde Kamer bezig het bedroevende niveau van dienstverlening van onder meer UWV (naast Belastingdienst en CBR) te onderzoeken.

Ook hieruit mogen we gerust concluderen dat UWV haar beschermde status aparte verder zal blijven genieten en haar monopoliepositie verder uitgebouwd gaat worden. Dit betekent in de praktijk dat verdienen aan verzuim voor de overheid, ondanks allerlei prachtige woorden, eigenlijk belangrijker blijft dan het oplossen van verzuim. Werkgevers en werknemers kunnen dus ook in de nabije toekomst niet naar ‘een ander UWV’ en dat maakt dat de mogelijkheden zich eigenlijk nog meer zullen toespitsen op de periode voorafgaand aan de keuring. Dit geldt voor zowel de positieve aanpak waarin de werkgever en werknemer samen zoeken naar echte oplossingen. De andere variant betreft de defensieve aanpak waarin de werkgever zorgt dat er het beste dossier ligt voor succesvol bezwaar tegen de inzichten van de leden van het nieuwe sociaal-medische UWV-team. De standaard Arbodienstverlening met dito standaard producten biedt weinig perspectief omdat ze niet is ingeregeld op dit soort nieuwe doelstellingen en in de huidige setting (helaas) ook teveel is gebaseerd op het uitgangspunt/de grondgedachte dat er aan verzuim wel en aan herstel juist niet verdiend wordt.

Zo stil

Misschien ligt het aan mij, maar ik heb weinig tot geen reacties gelezen op de beoogde ‘nieuwe UWV-aanpak’? Mijn verwachting is dat er pas (politiek) rumoer komt wanneer straks blijkt dat werkgevers gaan investeren in aanbieders van particuliere dienstverlening om de kans op een UWV-toetsing kleiner te maken. RADAR, Zembla en andere Hilversumse links verantwoorde programma’s zullen de messen slijpen om de arme gedupeerde werknemers te beschermen. Goed bedoeld maar ook iets om over na te denken. Is het in 2021 nou echt nog steeds het hoogste haalbare voor een werknemer om een (vaak tijdelijke duur WW) arbeidsongeschiktheidsuitkering te krijgen? Waar heeft dat politieke beschermen van de werknemer in CAO’s en andere convenanten nou eigenlijk toe geleid? Tot een flexibele onafhankelijke arbeidsgeest?

Helaas niet, want juist dat politiek-gestuurde uit de wind houden is een van de belangrijkste oorzaken dat werknemers niet alleen een groot deel van hun zeggenschap over hun eigen verzuim, maar ook hun vermogen op zelfsturing zijn kwijtgeraakt en afhankelijk zijn gemaakt van een systeem. In een van de blogs ging het kort over een verpleegster die door haar werkgever letterlijk de Corona is ingestuurd. Ze heeft inmiddels de kapitale fout gemaakt  (zwaar gemanipuleerd en gestuurd door de werkgever) zelf ontslag te nemen.
Boem, alle rechten kwijt en nul 0,- Euro inkomen en geen vergoeding van het eigen risico voor de ziektekosten die er nu gemaakt worden omdat ze nog steeds last heeft van de gevolgen van de Corona! Moeten we eens met z’n allen over nadenken: voor de verpleegster (werknemers in het algemeen) is het dus noodzakelijk om vanwege de financiële rechten in een totaal ziekmakende omgeving te blijven omdat je anders financieel de vernieling in gaat. En wanneer het sociaal medisch team van UWV na 2 jaar aansluitend zegt dat er een (tijdelijke) arbeidsongeschiktheidsuitkering komt, is de werkgever vervolgens financieel nog langer de klos.

Dat kan echt anders en zeker beter, bijvoorbeeld door een andere herverdeling van de kosten. En dan niet door weer nieuwe wetten maar door Gezondheid, Toekomst en Werk te gaan financieren in plaats van de rekening voor Verzuim en de nota’s van UWV en dienstverleners op het gebied van verzuim te betalen. Die gaan uiteindelijk alleen maar ten koste van werknemer en werkgever dus nog meer dan vroeger is het lonend om tijd, geld en energie te investeren in nieuwe kostenplaatsen. Hoe dan, wat dan en wanneer dan? Daar gaat het nieuwe koersdocument over dat ‘achter’ verzuimdynamiek komt te hangen, dus meld je vast aan dan kun je het straks lezen. Behalve wat van je tijd kost het je verder niets en wie weet brengt het je iets (ik doe in ieder geval m’n best ).

Voor nu bedankt voor jullie tijd, blijf allemaal gezond en veel leesplezier op www.verzuimdynamiek.nl

Hartelijke groet,
Herwin Schrijver

RSC klaar voor de toekomst met nieuw bestuur

Met trots presenteren wij het nieuwe bestuur van het Register Specialistisch Casemanagement (RSC). Door de forse groei in de afgelopen jaren en een flinke ambitie voor de toekomst, was er behoefte aan een breder bestuurlijk fundament.

Het RSC heeft inmiddels ruim 1600 leden. Daarmee zijn we een beroepsvereniging geworden die in het veld van zich kan laten horen, en daar gaan we ook voor. Zo is onze reactie op de internetconsultatie over verbetering re-integratie tweede spoor door verschillende partijen, waaronder het ministerie van SZW, met enthousiasme ontvangen.

Ons doel is een duurzame en constructieve relatie op te bouwen en te onderhouden met de verschillende stakeholders in het werkveld van de sociale zekerheid. De vorming van een breed bestuur met ondersteuning vanuit verschillende specialismen in de markt, helpt daarbij. Via hen hebben we verbinding met andere beroepsverenigingen zoals RADI, NVAB, Noloc en NVvA.

Het bestuur bestaat nu uit:

  • Gaston Merckelbagh, directeur EVI-groep: voorzitter
  • Marjol Nikkels, directeur CS Opleidingen: vice-voorzitter / vaktechniek
  • Bart Brenninkmeijer, Business Development Leader Mercer Marsh Benefits: secretaris
  • Marcel Frijns, lid Raad van Bestuur Univé Het Groene Hart: penningmeester

Ondersteunende commissieleden als klankbord voor het bestuur:

  • Joanna Schaad, Compliance & Privacy Officer bij Dutch Mortgage Portfolio Management: bestuurssecretariaat
  • Lars Scheurer, algemeen directeur Richting: public affairs & externe zaken
  • Edwin Vonk, sales- en risk manager NN Pensions: opleiders / financieel beheer
  • Isabella Bruggenkamp, managing partner Icara en De Preventiedienst: faculteiten
  • Joost de Vente, manager corporate wellness Kröller Boom: bedrijfsbureau

Op de bestuurspagina stellen zij zich verder voor. Met deze nieuwe samenstelling zijn we klaar voor de toekomst. De komende tijd zetten wij ons in om de rol van het casemanagement binnen de totale arbeidsgerelateerde zorg verder uit te bouwen. Ons doel: de casemanager opgenomen krijgen als kerndeskundige in de Arbowet.

 

 

 

RSC zet samenwerking met Cylin en VeReFi voort

Het RSC continueert de samenwerking met Cylin en VeReFi. Een belangrijke stap in het verder professionaliseren van het RSC.

Het RSC heeft vandaag de overeenkomst met Cylin BV, onderdeel van SuperGarant/ASR ondertekend. Gaston Merkelbagh: “Het RSC hecht veel waarde aan een onafhankelijke en centrale examinering en PE-toetsing. Alleen op deze manier kan het kwaliteitsniveau van de aangesloten casemanagers worden geborgd. De toetsing van Cylin staat open voor alle opleiders van casemanagers en re-integratiespecialisten. Op deze manier kunnen hun studenten toegang krijgen tot het lidmaatschap en de titelvoering van het RSC.”

Ook de samenwerking met VeReFi is bestendigd. Leden van het RSC zijn zo, afhankelijk van hun abonnement, verzekerd van hoogwaardige informatie via nieuwsbrieven en whitepapers en toegang tot de waardevolle FAQ-databank van VeReFi.

Op de foto van links naar rechts: Edwin Vonk (opleiders en financieel beheer RSC) , Marco van de Velde (Cylin) en Gaston Merckelbagh (voorzitter RSC)

Oproep aan Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zou naast handhaving nadrukkelijk moeten kiezen voor een preventieve werkwijze. Een proactieve bronaanpak, gericht op het voorkomen van misstanden vóór ze ontstaan. Dit kan de toezichthouder vormgeven door zélf de dialoog met stakeholders op te zoeken, schrijft de Werkgroep Post Corona Inzetbaarheid (WPCI) in een open brief aan de AP. Het RSC ondersteunt deze oproep van harte.

De ontwikkelingen rond privacy en Covid-19 vertonen een vertrouwd maar ongewenst patroon, signaleert de WPCI. “Werkgevers zoeken manieren om besmettingen op het werk te voorkomen en werknemers inzetbaar te houden. Omdat maatregelen de privacy raken, geeft de AP de grenzen aan. Inclusief de sancties die werkgevers riskeren als ze die overtreden. Zo ontstaat een negatieve dynamiek. Werkgevers moeten grotendeels zelf en onder dreiging van boetes uitvinden hoe ze kunnen bijdragen aan een gerechtvaardigd bedrijfsdoel met een groot maatschappelijk belang.”

Een grote tempoversnelling ligt binnen bereik

In de open brief moedigt de WPCI de AP aan om naast zijn handhavende activiteiten te kiezen voor een preventieve werkwijze. Een proactieve bronaanpak, gericht op het voorkomen van misstanden vóór ze ontstaan. “Dit kan de AP vormgeven door zélf de dialoog met stakeholders op te zoeken. En door vervolgens goede praktijken te publiceren: ‘Zó kunnen werkgevers binnen de privacyregels bijdragen aan oplossing van dit vraagstuk’. Zo’n proactieve dialoog maakt een enorme tempoversnelling mogelijk bij het realiseren van oplossingen die de privacy waarborgen én de kwaliteit van bedrijfsbeleid verbeteren.”

Het RSC onderschrijft deze oproep volledig. Wij zijn dan ook graag bereid tot deelname aan de dialoog waar de WPCI de AP en andere belanghebbenden toe oproept.

Lees de open brief: 20210303 Open brief aan de Autoriteit Persoonsgegevens

Uitnodiging kennistoets voorjaar 2021 verzonden

De uitnodiging voor de kennistoets voorjaar 2021 is verzonden. Degenen die in aanmerking komen voor de kennistoets ontvangen hierover bericht in de mail. In deze mail staat ook uitgelegd op welke wijze de toets geboekt kan worden.

Voor het uitvoeren van de PE-toets werkt het RSC samen met Cylin Exameninstituut en Eureka Examenlocaties. Dit betekent dat de kennistoets op 15 locaties in het land gemaakt kan worden, op een moment naar keuze. De kennistoets voorjaar 2021 kan in de periode van 15 maart tot 15 juli 2021 gemaakt worden.

Nieuwe versie readers
Om je op de toets voor te bereiden is er een reader over sociale wetgeving en een reader over arbeidsrecht beschikbaar. Deze vind je op de website onder het kopje ‘Leden’.