Einde compensatie transitievergoeding nog geen voldongen feit
Doorgang van het plan om werkgevers vanaf 2027 geen compensatie meer te geven voor de transitievergoeding staat nog lang niet vast. Nadat de compensatie aanvankelijk alleen voor grotere werkgevers zou vervallen, wil het kabinet de regeling nu in zijn geheel schrappen. Hiervoor is vooralsnog echter geen meerderheid in de Tweede Kamer. Een plenair debat op 7 september moet duidelijk maken of het kabinet alsnog voldoende medestanders kan vinden.
De Tweede Kamer trapte op de rem nadat het kabinet op 2 juni door middel van een nota van wijziging een fors aangepast wetsvoorstel indiende. De vorige coalitie wilde de compensatie al afschaffen voor ontslag bij arbeidsongeschiktheid door grotere werkgevers. Deze wijziging had per 1 juli 2026 in moeten gaan, maar werd wegens uitvoeringsknelpunten verschoven naar 1 januari 2027. Begin juni kwam het huidige kabinet vervolgens met een nieuw voorstel om de compensatie op deze laatste datum voor álle werkgevers af te schaffen. Dit is in lijn met het coalitieakkoord, maar veel partijen vinden dat het kabinet zo te veel vooruitloopt op een ander voornemen in dat akkoord. Dit bepaalt dat het kabinet de transitievergoeding meer op de overgang naar nieuw werk zal richten.
Kamer vreest terugkeer slapende dienstverbanden
In een commissiedebat van 25 juni gaf minister Vijlbrief (SZW) namens het kabinet toe dat het plan voor volledige afschaffing van de compensatie “onhandig is getimed”. Ook erkende hij dat het kabinet nog oplossingen voor knelpunten moet uitwerken. Vanuit de Kamer klonk veel kritiek op het gegeven dat de compensatie ook zou komen te vervallen voor bedrijven waarvan de werkgever met pensioen gaat of overlijdt. Daarnaast wezen veel partijen op de vrees van deskundigen dat werkgevers weer gebruik zullen gaan maken van slapende dienstverbanden. Hierbij zegt een werkgever de arbeidsovereenkomst na de eerste twee ziektejaren niet op, maar betaalt hij ook geen loon meer. Zo ontwijkt de werkgever de transitievergoeding, maar belanden werknemers tussen wal en schip.
Raad voor de Rechtspraak wijst op juridische onzekerheid
Toen de overheid de compensatieregelingen rondom de transitievergoeding op 1 april 2020 invoerde, was dat mede ingegeven door de problemen rond slapende dienstverbanden. Daarna speelde de aanwezigheid van de compensatie een sleutelrol in de Xella-beslissing van de Hoge Raad. Deze verplicht bedrijven op grond van goed werkgeverschap mee te werken aan het beëindigen van slapende dienstverbanden omdat er compensatie bestaat voor de transitievergoeding. Precies dit argument vervalt echter als de overheid de compensatie afschaft. De Raad voor de Rechtspraak heeft al aangegeven dat het gewijzigde wetsvoorstel hierdoor hernieuwde juridische onzekerheid veroorzaakt over slapende dienstverbanden.
Kabinet lijkt vooral bezig met bezuinigen
In zijn reactie wijst de Raad voor de rechtspraak ook op kritiek van de Raad van State. Dit orgaan sprak in een eerder advies de vrees uit dat werkgevers bij het afschaffen van de compensatie terughoudend zullen worden om een vast contract aan te bieden. Ook gaf het de overweging mee om de transitievergoeding in het geval van ontslag na 2 jaar loondoorbetaling helemaal af te schaffen. Die route heeft het kabinet duidelijk niet gekozen, maar het gewijzigde wetsvoorstel biedt ook geen oplossingen voor alle bezwaren. De beslisnota lijkt duidelijk te maken dat het kabinet zichzelf niet de tijd heeft gegund om deze uit te werken en vooral bezig is geweest met geplande bezuinigingen. De nota meldt herhaaldelijk dat deze in gevaar komen als het wetsvoorstel vertraging oploopt.
Nieuwe aanpassing plannen lijkt onvermijdelijk
De regering erkent wel dat de afschaffing van de compensatieregelingen impact kan hebben op werkgevers en werknemers. Volgens de memorie van toelichting is het aannemelijk dat het beperken van de compensatie invloed heeft op de werking of reikwijdte van de Xella-beslissing. Dat het kabinet vervolgens geen oplossing aanreikt en het aan werkgever en werknemer overlaat of zij een contract willen beëindigen, vindt de Tweede Kamer duidelijk onvoldoende. Een plenair debat op 7 september moet nu duidelijk maken of, en zo ja hoe het kabinet alsnog een meerderheid voor zijn plannen kan vinden. Het is aannemelijk dat hier opnieuw een aanpassing van de plannen voor nodig is.
Meer weten?
Bekijk het advies De Raad voor de Rechtspraak en eerdere kritiek van de Raad van State.