Nieuw UWV-beleid terugkomen op beslissingen amper gemeld
UWV wijzigde in oktober 2025 zijn beleid voor het terugkomen op afwijzende beslissingen, maar heeft deze verandering slechts minimaal naar de buitenwereld gecommuniceerd. De kans is daarom groot dat veel mensen voor wie dit van belang is er niet van op de hoogte zijn. Deze conclusies zijn te trekken uit een analyse van publiek beschikbare informatie over de beleidswijziging en communicatie hierover door UWV.
De beleidswijziging verscheen 23 september 2025 in de Staatscourant, maar UWV heeft er op de eigen site geen nieuwbericht aan gewijd. Het is daarom zeer de vraag of de ontwikkeling in brede kring bekend is. De meeste werkgevers en werknemers zullen berichtgeving in de Staatscourant vermoedelijk niet op de voet volgen. Hetzelfde geldt voor de dienstverleners die hen ondersteunen. Het resultaat is vermoedelijk dat maar weinig mensen voor wie de wijziging van belang kan zijn hebben afgewogen of ze van de nieuwe regels gebruik willen maken. Dit laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn als een WIA-aanvraag eerder is afgewezen, maar hierbij mogelijk fouten zijn gemaakt.
UWV hanteerde strikte invulling wettelijke regels
Kort samengevat verplicht de herziene beleidsregel UWV om in meer situaties dan voorheen op verzoek van een belanghebbende terug te komen op een eerder genomen afwijzende beslissing. Tot 1 oktober 2025 stelde UWV bij zo’n herhaalde aanvraag de eis dat er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden moesten zijn. Ontbraken zulke ‘nova’, dan volgde standaard een afwijzing. Het uitgangspunt was dat een individueel besluit alleen werd herzien als dit juridisch verplicht was. UWV maakte zo maximaal gebruik van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit bepaalt dat een bestuursorgaan herhaalde aanvragen bij het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden kan afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere beschikking.
Nieuw beleid moet cliëntbelang centraal stellen
Waar deze invulling vooral de rechtszekerheid en de uitvoerbaarheid benadrukte, moet het nieuwe beleid juist het cliëntbelang centraal stellen. Met deze herziening reageerde UWV onder meer op uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Deze maken duidelijk dat dit orgaan met de oorspronkelijke aanpak niet altijd genoegen neemt. De nieuwe werkwijze betekent concreet dat UWV meer soorten onjuiste besluiten corrigeert en hierbij meer terugwerkende kracht hanteert. De uitvoeringsinstelling hoort nu ook zonder aangevoerde nova inhoudelijk onderzoek te doen als:
Herhaalde aanvraag moet goed zijn onderbouwd
Voor een goed begrip: een duuraanspraak is een aanspraak die ten tijde van de herhaalde aanvraag nog doorloopt of had kunnen doorlopen als het vaststaande besluit geen afwijzing was geweest. Verder geldt in alle gevallen dat de belanghebbende zijn herhaalde aanvraag deugdelijk en toereikend moet hebben onderbouwd. Dit betekent dat de aanvraag feiten of omstandigheden vermeldt die aanleiding (kunnen) geven tot een ander, voor de aanvrager gunstiger, besluit dan de beschikking waarvan herziening wordt gevraagd.
| Vrees voor nog meer capaciteitsproblemen lijkt leidend te zijn geweest
De beperkte informatie die wél op de UWV-site over de beleidswijziging te vinden is, lijkt duidelijk te maken waarom er weinig ruchtbaarheid aan de beleidswijzing is gegeven. Het gaat om vergaderstukken voor een vergadering van de Raad van Bestuur op 27 mei 2025. Zulke stukken publiceert UWV verplicht, op basis van de Wet open overheid (Woo). De beleidswijziging staat vermeld als Beslisnotitie (interne) u-toets wijziging individueel beleid artikel 4:6 Awb Terugkomen van een vaststaande beslissing. De inhoud van deze notitie maakt duidelijk dat er binnen de uitvoeringsinstelling zorgen waren over een grote toename van herhaalde aanvragen als de nieuwe werkwijze veel aandacht kreeg. ‘Een toename van individuele herhaalde aanvragen is onwenselijk, voornamelijk voor divisie SMZ [Sociaal Medische Zaken], gelet op onvoldoende capaciteit en de huidige procesinrichting.’ |
Meer weten?