Tref allereerst maatregelen om de WIA weer uitvoerbaar te maken en ga pas daarna aan de slag met structurele stelselverbeteringen. Dat is de hoofdboodschap van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) over de WIA. In dit rapport bepleiten medewerkers van meerdere ministeries en overheidsinstanties gezamenlijk een maatregelenpakket dat nadrukkelijk van een rangorde is voorzien.
Het IBO Werk aan de WIA – naar een stelsel dat weer werkt maakt onderscheid tussen 5 soorten ingrepen, die we hierna één voor één nader toelichten:
- Noodzakelijke ingrepen om de WIA weer uitvoerbaar te maken.
- Aanvullende maatregelen om de uitvoerbaarheid op orde te krijgen.
- Noodzakelijke verbeteringen op het gebied van preventie en activering.
- Optionele maatregelen die om politieke weging vragen.
- Maatregelen die moeten worden ontraden.
1. Noodzakelijke maatregelen voor herstel uitvoerbaarheid
Volgens het IBO zijn allereerst op korte termijn 3 ingrepen noodzakelijk om de vastgelopen WIA-uitvoering vlot te trekken. Het rapport signaleert dat de problematiek zonder dit ‘minimale basispakket’ in 2030 uitgroeit tot bijna 200.000 wachtenden bij de WIA-beoordeling en een gemiddelde wachttijd van 2 à 3 jaar. Dat is maatschappelijk onaanvaardbaar, aldus de opstellers. De 3 ingrepen zijn:
- Taakherschikking voor meer gerichte inzet van verzekeringsartsen. Andere professionals zouden taken zoals EZWb-screenings, plausibiliteitstoetsingen bij herbeoordelingen en taken in het kader van monitoring, re-integratie en begeleiding moeten overnemen.
- Terugdringing van het aantal herbeoordelingen door voorwaarden te stellen. Werkgevers en partijen die namens hen om herbeoordeling vragen, zouden hun verzoek voortaan inhoudelijk moeten motiveren of een vergoeding moeten gaan betalen.
- Afschaffing van de IVA en de bijbehorende toets op duurzaamheid. Verzekeringsartsen zouden moeten worden verlost van de vaak onwerkbare opgave de duurzaamheid van beperkingen te bepalen. Sluitende wetenschappelijke onderbouwing is te vaak niet mogelijk.
2. Aanvullende maatregelen om de uitvoerbaarheid op orde te krijgen
In aanvulling op het minimale basispakket zijn volgens het rapport nog 6 andere maatregelen mogelijk om de uitvoerbaarheid op orde te krijgen:
- Betere samenwerking tussen bedrijfs- en verzekeringsartsen, onder meer via verplichtstelling van de Beschrijving Arbeidsbelastbaarheid en Re-integratiemogelijkheden (BAR).
- Meer gerichte inzet van de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWb), op basis van screening.
- Werken aan meer uniformiteit in het aantal WIA-beoordelingen dat UWV-teams uitvoeren.
- Actualisering en verduidelijking van richtlijnen voor verzekeringsartsen, met name op het gebied van moeilijk objectiveerbare aandoeningen.
- Verbeteringen in het publiekelijk delen van data over ziekteverzuim en de effectiviteit van maatregelen op het gebied van preventie, verzuimbegeleiding en re-integratie.
- Behoud van de verplichting om bij ziekte tot 2 jaar het loon door te betalen (veel politieke partijen hebben gezegd deze termijn te willen verkorten).
3. Noodzakelijke verbeteringen van preventie en activering
Naast de ingrepen om de WIA weer uitvoerbaar te maken zijn volgens het IBO 6 verbeteringen noodzakelijk op het gebied van preventie en activering. De achterliggende gedachte is dat maximale arbeidsparticipatie nodig is om onze welvaart op peil te houden, de kosten van de welvaartsstaat te dragen en ruimte te hebben voor andere prioriteiten. De 6 noodzakelijke verbeteringen zijn:
- Preventie duidelijker verankeren in de wet.
- Intensiever toezicht van de Arbeidsinspectie op het preventiebeleid van werkgevers.
- Meer zekerheid en ondersteuning bieden bij werkhervatting vanuit de WIA.
- Stroomlijning van de verschillende werkgeversregelingen voor re-integratie en participatie.
- Strakkere WIA-beoordelingen met minder verschillen tussen artsen.
- Het re-integratiebudget van UWV laten meegroeien met de instroom in de ZW en de WIA.
4. Optionele maatregelen die om politieke weging vragen
Naast de noodzakelijke ingrepen brengt het IBO nog 15 mogelijke maatregelen in beeld die een beperkter effect hebben op de uitvoering en om politieke weging vragen. In de meeste gevallen gaat het om aanpassingen binnen het huidige stelsel om dit beter te laten werken. Sommige maatregelen wijzigen de voorwaarden en de dekking die binnen de WIA van kracht zijn of komen neer op stelselveranderingen. De politieke weging is nodig omdat deze aanpassingen uiteenlopende effecten hebben op verschillende beleidsdoelen die de overheid naast elkaar nastreeft. De 15 optionele aanvullende maatregelen zijn:
- Bij WIA-aanvragen een bonus-malus regeling toepassen op basis van inzet voor preventie.
- UWV-dienstverlening ZW uitbesteden aan private partijen.
- Werkgevers verplicht eigenrisicodrager maken voor ZW-vangnetters.
- Gelijke ziekteregels voor alle uitzendbedrijven door wettelijke verankering van cao-bepalingen.
- Versoepeling van de ontslagmogelijkheid bij hernieuwde arbeidsongeschiktheid.
- Uitbreiding van de mogelijkheden voor proefplaatsing.
- Uitbreiding van de No-riskpolis.
- Verlaging van het maximumdagloon.
- Invoering van een financiële werkstimulans bij WGA 80-99 met restverdiencapaciteit.
- Uniformering van de hoogte van WIA-uitkeringen op 70% van het oude loon.
- Invoering van een basisverzekering op het niveau van het wettelijk minimumloon.
- Werkhervatting 3 jaar vooropzetten, daarna overgang naar een basisverzekering.
- Wettelijke beperking van bovenwettelijke aanvullingen op de WIA.
- Intensivering van de UWV-dienstverlening voor re-integratie.
- Overgang van vaste naar medisch passende beoordelingsmomenten.
5. Maatregelen die moeten worden ontraden
Het IBO brengt ook 5 maatregelen in beeld die de opstellers van het rapport op uiteenlopende gronden ontraden. Redenen zijn bijvoorbeeld dat ze het stelsel inconsistent en moeilijk uitlegbaar maken, de activerende werking verminderen of gewoon niet uitvoerbaar zijn. Ook strijdigheid met de stand van de medische wetenschap en praktijk, het gelijkheidsbeginsel of internationale verdragen leidt tot ontrading. Hetzelfde geldt voor uiteindelijke ineffectiviteit en de aanwezigheid van betere alternatieven. De 5 maatregelen die het IBO ontraadt zijn:
- AO-beoordeling op basis van wettelijk minimumloon, uitkering op niveau laatstverdiende loon.
- IVA-toegang na 5 jaar WGA 80-100.
- Werkhervatting drie jaar voorop, daarna (voor werkenden) 70 procent laatstverdiende loon.
- Bovenwettelijke aanvullingen belasten.
- Beperken van WIA-toegang op basis van ziekten of ziektebeelden.
Meer weten?