Artsenverenigingen bezig met beperken interdoktervariatie
Diverse artsenverenigingen verrichten momenteel inspanningen voor het beperken van ‘interdoktervariatie’ bij moeilijk objectiveerbare aandoeningen, of gaan dat op korte termijn doen. Dit blijkt uit een Kamerbrief over het terugdringen van uiteenlopende visies, benaderingen en oordelen van artsen binnen de sociale zekerheid. De inspanningen zijn gericht op aandoeningen zoals post-Covid, ME/CVS, fibromyalgie en de ziekte van Lyme.
Interdoktervariatie zorgt vaak voor veel onzekerheid bij cliënten. Hierbij speelt ook mee dat aan uiteenlopende oordelen grote financiële gevolgen kunnen zijn verbonden. Een bekend voorbeeld zijn loonsancties bij verschillen van inzicht tussen bedrijfsarts en verzekeringsarts. Om dit probleem op te lossen, is een wetswijziging in voorbereiding die het oordeel van de bedrijfsarts leidend moet maken bij de RIV-toets van UWV. Het probleem waar de Kamerbrief op focust is dat van onderling uiteenlopende oordelen van verzekeringsartsen. Hierbij kan bijvoorbeeld het recht op of de omvang van een WIA-uitkering op het spel staan. Volgens de brief lopen er op dit moment meerdere initiatieven om zulke variatie bij de bron aan te pakken (zie kader).
Overzicht van lopende en voorgenomen initiatieven:
Ook UWV is met het onderwerp bezig
Naast de ontwikkeling van hulpmiddelen voor artsen vermeldt de Kamerbrief nog diverse andere initiatieven op het gebied van interdoktervariatie. Twee voor casemanagers relevante exemplaren zijn kwaliteitsonderzoeken van UWV naar WIA-beoordelingen bij post-Covid en bij ME/CVS. De bevindingen moeten eind dit jaar en in het eerste kwartaal van het volgende jaar verschijnen op de website van UWV. Behalve voor interdoktervariatie is er in elk geval binnen het onderzoek naar Post-Covid ook aandacht voor beoordelingsverschillen tussen UWV-regio’s. Bij beide onderzoeken zijn ook patiëntenverenigingen betrokken.
Meer weten?