Stevige kritiek op plan schrappen compensatie transitievergoeding
De Raad van State heeft opnieuw forse kritiek op een wetsvoorstel dat ingrijpt in de verplichtingen van werkgevers bij ziekte. Dit blijkt uit de reactie van het adviesorgaan op een voorstel voor beperking van de compensatie van transitievergoedingen. De Raad had eerder ook al grote bezwaren tegen een voorstel voor wijziging van de verplichtingen in de eerste twee ziektejaren.
Volgens de reactie op het nieuwe voorstel ontbreekt een noodzakelijk afweging van de belangen van de langdurig zieke werknemer en de verplichtingen van de werkgever. Ook zou het kabinet moeten overwegen of de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid niet beter helemaal kan verdwijnen. De Raad van State vreest dat invoering van het wetsvoorstel zou leiden tot de terugkeer van slapende dienstverbanden en meer juridische conflicten tussen werkgevers en zieke werknemers. Ook dreigt ongelijkheid tussen werknemers uit kleine en grotere organisaties.
Alleen kleine werkgevers zouden nog compensatie krijgen
Het wetsvoorstel van het kabinet regelt een beperking van de compensatieregeling die is ingevoerd in reactie op bezwaren van werkgevers. Zij waren er niet over te spreken dat de in 2015 ingevoerde transitievergoeding ook verplicht is bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Hierdoor komt de vergoeding bovenop 2 jaar loon doorbetaling en inspanningen voor re-integratie. Een deel van de werkgevers koos ervoor werknemers op een nulurencontract in dienst te houden, een zogenaamd slapend dienstverband. De compensatieregeling moest deze praktijk terugdringen en houdt in dat de overheid de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid compenseert. Het kabinet wil nu op basis van het regeerprogramma (p. 131) regelen dat alleen kleine werkgevers nog voor deze compensatie in aanmerking komen. Dit zijn werkgevers die de Belastingdienst als kleine werkgever aanmerkt voor de premieheffing.
Voorstel neemt cruciaal juridisch argument weg
Een van de problemen die de Raad van State voorziet is dat deze beperking bij alle overige werkgevers een cruciaal juridisch argument tegen slapende dienstverbanden wegneemt. Volgens het Xella-arrest van de Hoge Raad moet een werkgever instemmen met een verzoek van de werknemer om een slapend dienstverband te beëindigen. Weigeren is niet redelijk omdat de werkgever de transitievergoeding vergoed kan krijgen van de overheid. Zodra dit laatste niet langer het geval is, vervalt volgens de Raad van State ook de onredelijkheid.
Er dreigt ongelijkheid op basis van organisatieomvang
Een ander probleem dat de Raad van State voorziet is dat het voorstel zou leiden tot een ongelijk speelveld voor langdurig zieke werknemers. De omvang van de organisatie van de werkgever zou gaan bepalen of een werknemer een beroep kan doen op goed werkgeverschap en de Xella-norm. En dus ook of de werknemer aanspraak kan maken op een transitievergoeding als de werkgever weigert een slapend dienstverband te beëindigen. Zieke werknemers bij kleine organisaties zouden deze mogelijkheid behouden, werknemers bij grote en middelgrote werkgevers niet.
Meer weten?