Samenloop RVU en WIA 60-plus plaatst werkgever voor keuze
Steeds meer werkgevers zullen de komende tijd waarschijnlijk de keuze hebben tussen twee mogelijkheden om oudere werknemers bij (dreigende) ziekte te laten afvloeien. Heeft zo’n werknemer langdurig zwaar werk verricht, dan kan naast de regeling WIA 60-plus ook een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) een optie zijn. Vanaf 2026 geldt hiervoor een aangepaste en als permanent bedoelde fiscale drempelvrijstelling.
Volgens het Wetsvoorstel Belastingplan 2026 (p. 56) dat het demissionaire kabinet op Prinsjesdag presenteerde, treedt met ingang van 2026 een permanente regeling voor vroegpensioen in werking. Deze vervangt het tijdelijke exemplaar dat tot eind 2025 van kracht is. Volgens de nieuwe regeling zou een werknemer maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd (nu 67 jaar) moeten kunnen stoppen met werken. Voorwaarde is dat de werkgever bereid is een maandelijkse uitkering te bekostigen. Om dit voor werkgevers aantrekkelijk te maken, geldt een drempelbedrag (€ 2.273 per maand in 2025). Zolang uitkeringen beneden deze grens blijven, valt een RVU onder de gebruikelijke belastingheffing. Over al het meerdere is hierboven op een pseudo-eindheffing van (in 2025) 52% verschuldigd.
Cao-afspraken bepalen wie in aanmerking komt
Volgens een akkoord met de sociale partners uit 2024 bepalen werkgevers en werknemers op cao-niveau wie zwaar werk doet en dus in aanmerking komt voor een RVU met de fiscale vrijstelling. TNO voert hier vervolgens een onafhankelijke toetsing op uit. De verwachting is dat steeds meer cao’s afspraken over vroegpensioen bij zwaar werk zullen gaan bevatten. De voorbije jaren steeg het aantal mensen met een zwaar beroep dat op basis van cao-afspraken binnen de tijdelijke regeling met vroegpensioen ging ook al snel. Volgens een inventarisatie van de NOS maakten in 2021 ongeveer 4.300 werknemers gebruik van een RVU, maar waren dat er in 2024 al 13.200.
De overheid monitort het gebruik
Bij de overgang naar een permanente regeling moet de drempelvrijstelling jaarlijks omhooggaan met € 300 plus een inflatiecorrectie. Om alles te bekostigen, wil de regering stapsgewijs het tarief verhogen van de RVU-heffing over uitkeringen boven het drempelbedrag. In 2026 zou een tarief van 57,7% moeten gaan gelden, in 2027 van 64% en in 2028 van 65%. Om de kosten te beheersen, is met de sociale partners afgesproken dat RVU’s gericht moeten worden ingezet voor de beoogde doelgroep van werknemers met zwaar werk. Ook moeten sectoren zich inspannen om zulk werk lichter te maken. Als slot op de deur geldt een maximum van 15.000 gebruikers per jaar. Bij overschrijding gaat de overheid in gesprek met de sectoren die de meeste RVU’s toepassen.
Werkgever krijgt keuze tussen RVU en WIA 60-plus
Als de permanente regeling voor vroegpensioen bij zwaar werk met ingang van 2026 van kracht wordt, komt hij naast de 60-plusregeling binnen de WIA te staan. Deze vergroot sinds de herinvoering op 1 september 2025 gedurende 2 jaar sterk de kans op toekenning van een WIA-uitkering (WGA of IVA) bij langdurige ziekte van oudere werknemers. Bij wijze van uitzondering op de normale toerekening aan individuele (middel)grote werkgevers financiert UWV gedurende de looptijd de kosten van alle WGA-uitkeringen aan 60-plussers uit een uniforme collectieve premie voor alle werkgevers. Hierdoor is de financiële pijn die individuele werkgevers bij deze WGA-instroom ervaren vele malen geringer dan normaal. Een interessante vraag is daarom of de herinvoering van de WIA 60-plusregeling de komende tijd een dempend effect heeft op het gebruik van de regeling voor vroegpensioen. Werkgevers zullen in elk geval voor de keuze komen te staan wat in menselijk en financieel opzicht de beste oplossing is als ze een oudere bij (dreigende) uitval willen laten afvloeien.
Meer weten?