Raad van State kritisch over wetsvoorstel sluiten spoor 1
In de huidige vorm is dit voorstel niet geschikt voor verzending naar de Tweede Kamer. Dat is de korte samenvatting van het oordeel van de Raad van State over het wetsvoorstel ‘wijziging re-integratieverplichtingen kleine en middelgrote werkgevers in het tweede ziektejaar’. Het adviesorgaan vindt aanpassing van het plan noodzakelijk omdat het te veel fundamentele vragen oproept. Zo kunnen werkgevers gemakkelijk duurder uit zijn in plaats van goedkoper.
Met het wetsvoorstel wil het kabinet werkgevers en werknemers meer duidelijkheid geven over de vraag of re-integratie gericht moet zijn op een terugkeer bij de huidige werkgever of niet. Daarnaast introduceert het een opzegverbod als de werknemer in het tweede jaar volledig herstelt en terugkeer niet mogelijk is. In zijn oordeel over het wetsvoorstel ziet de Raad van State minstens 9 bezwaren tegen de wijze waarop het kabinet dit plan heeft uitgewerkt.
Werkgever kan gemakkelijk duurder uit zijn
De meest fundamentele kritiek luidt dat de wetswijziging de lasten van werkgevers moet verlichten, maar juist gemakkelijk duurder voor hen kan uitpakken. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een werknemer in de beoogde nieuwe situatie volledig herstelt in het tweede ziektejaar. Hebben werkgever en werknemer intussen het eerste spoor afgesloten, dan is er een goede kans dat er inmiddels een vervanger is aangetrokken. Dit zal doorgaans betekenen dat de werkgever de herstelde werknemer diens oude werk niet meer kan aanbieden. Het gevolg is dan dat de werknemer recht heeft op loondoorbetaling, terwijl de verzuimverzekeraar de kosten daarvan niet dekt.
Plan is op meerdere punten slecht doordacht
De overige bezwaren die de Raad van State signaleert komen erop neer dat het plan ook op meerdere andere punten slecht is doordacht. Enkele belangrijke kritiekpunten zijn:
Ook samenloop met ander plan is problematisch
De Raad van State wijst er ook op dat het plan samenloopt met een ander wetsvoorstel, over beperking van de compensatie voor transitievergoedingen tot kleine werkgevers. Krijgen beide voorstellen kracht van wet, dan leidt dit ertoe dat de transitievergoeding bij ontslag na twee jaar ziekte alleen voor kleine werkgevers door UWV wordt vergoed, niet meer voor de middelgrote. Tegelijkertijd introduceert het voorstel over het afsluiten van spoor 1 wel een nieuwe redelijke grond voor ontslag waarop de kleine of middelgrote werkgever in geval van een afgesloten re-integratie in het eerste spoor een beroep kan doen. Het voorstel regelt dat een werkgever die een contract op basis van deze nieuwe ontslaggrond heeft opgezegd recht heeft op compensatie van de transitievergoeding. Maar in de toelichting blijft onvermeld dat dit bij doorgang van het andere voorstel alleen nog geldt voor kleine werkgevers. Dat is onzorgvuldig, vindt het adviesorgaan.
Meer weten?