RSC reageert op internetconsultatie verbetering re-integratie tweede spoor

Het ministerie van SZW heeft ZonMw verzocht een programma te maken voor onderzoek en ontwikkeling van experimenten gericht op het vergroten van de kans op succesvolle re-integratie 2e spoor. Inzicht is nodig in hoe werkgevers en werknemers de mogelijkheden voor re-integratie 2e spoor beter kunnen benutten. Het Register Specialistisch Casemanagement (RSC) heeft een reactie gegeven op de internetconsultatie over het programma.

Het RSC is verheugd dat er onderzoek plaatsvindt naar welke innovatieve aanpakken veelbelovend en effectief kunnen zijn. Het is belangrijk dat er meer aandacht komt voor tweedespoortrajecten. We zien dat dit jarenlang een ondergeschoven kindje is geweest. Het was te veel alleen maar een poortwachterverplichting en werd niet echt serieus genomen. Vanuit de praktijkervaringen van onze register-casemanagers en re-integratiecoaches, geven het dagelijks bestuur en de faculteit Regie op Werkvermogen elf aanbevelingen:

Nr. 1: No-risk toekenning (Ziektewet Vangnet) inzetten binnen het tweedespoortraject

Op dit moment is het nog zo dat het gedurende het gehele tweedespoortraject nog niet duidelijk is of de werknemer wel de vangnetstatus krijgt. Het is veel effectiever als de nieuwe werkgever van tevoren al weet dat er een Ziektewetvangnet mogelijk is als de werknemer onverhoopt opnieuw uitvalt.

Nr. 2: Minder duale trajecten, duidelijkheid over de re-integratieroute

Als de kansen in spoor 1 nog onvoldoende concreet zijn, wordt een duaal traject gevolgd. In de praktijk zien we dat duale trajecten re-integratiebelemmerend werken. Er wordt wel een tweede spoor opgestart, maar de werknemer blijft hoop houden dat er nog een kans komt in spoor 1 en komt zo niet aan rouwverwerking toe. Het is daarom goed een heldere keuze te maken over de re-integratieroute. Dit betekent wel dat de beleidsregels poortwachter van het UWV ook aangepast moeten worden.

Nr. 3: WIA-prognose al voor de eerstejaarsbeoordeling

Zieke werknemers denken vaak dat ze wel worden afgekeurd en een uitkering krijgen. Deze gedachte beperkt een succesvolle re-integratie. Ons advies: laat arbeidsdeskundigen een WIA-prognose geven op basis van de FML van de bedrijfsarts. Uiteraard kunnen hier geen rechten aan worden ontleend, het is alleen bedoeld om mensen in beweging te krijgen.

Nr. 4: Vroegtijdig inzetten van spoor 2

Soms is al snel duidelijk dat een werknemer niet terug kan keren in het eigen werk. In dat geval zou  direct met een tweedespoortraject gestart kunnen worden. Werkgevers wachten hiermee, omdat het UWV verwacht dat het tweedespoortraject tot einde wachttijd continu volop ingezet wordt. Een snelle start wordt dan een kostbare zaak. Het zou helpen als het UWV beoordeelt of het traject bijvoorbeeld minimaal 6 of 9 maanden intensief gelopen heeft, tot het punt dat de werknemer zelfstandig zijn zoektocht naar een baan verder kan doorzetten.

Nr. 5: Eenduidige lijn voor meefinanciering vanuit verzekeraars

Er zijn private verzekeraars heel actief als het gaat om het meefinancieren van re-integratietrajecten.  Het zou helpen als alle verzekeraars een eenduidige lijn hanteren.

Nr. 6: Omscholing inzetten voor een kansrijk tweedespoortraject

Bij de uitwerking van het STAP-budget zou wellicht aandacht kunnen komen voor vereenvoudiging van de regels voor tweedespoorkandidaten. Werkgevers zijn veelal niet verplicht om de omscholing te betalen, terwijl scholing wel heel belangrijk is voor een succesvol tweedespoortraject.

Nr. 7: Meer ruimte creëren voor werkervaringsplekken

Tweedespoorbedrijven zouden meer samen kunnen werken met de Sociale werkbedrijven. Als zij  werkervaringsplekken aanbieden, behoudt de werknemer arbeidsritme. Dat heeft ook voordelen voor Sociale werkbedrijven, omdat die dan ook opdrachten kunnen aannemen waarvoor hoger opgeleiden nodig zijn.

Nr. 8: De Tweede Spoor Banenafspraak: Financiële prikkel voor werkgevers om werkervaringsplaats beschikbaar te stellen

Werkgevers stellen niet snel een werkervaringsplaats beschikbaar voor derden. Ze houden de werkzaamheden liever beschikbaar voor eigen werknemers die passend werk moeten verrichten. Maar onderlinge uitwisseling waarbij kandidaten tussen werkgevers rouleren, kan juist heel stimulerend werken. Ons advies is: zorg er voor dat het interessant wordt voor werkgever om een werkervaringsplaats beschikbaar te stellen. Een soort Tweede Spoor Banenafspraak, met Ziektewetvangnet als de nieuwe werkgever besluit om de werknemer te behouden

Nr. 9: Snellere instroom in de doelgroep banenafspraak

Er is ook bij de tweedespoorkandidaten een kwetsbare groep waarvan bekend is dat ze zonder speciale aanpak niet meer aan het werk komen. Denk aan personen met ernstige beperkingen vanuit  niet aangeboren hersenletsel of ASS. Ons advies is: beoordeel sneller of kwetsbare mensen kunnen instromen in de doelgroep banenafspraak.

Nr. 10: De menselijke maat, ook bij de RIV-toets door het UWV

Soms worden binnen het re-integratietraject zaken gedaan die niet in het belang zijn van de werknemer, maar alleen dienen om een loonsanctie te voorkomen. Ons advies is: zorg voor ruimte voor de menselijke maat, zodat we bij kwetsbare personen de juiste stappen kunnen zetten.

Nr. 11: Onderzoek hoe financiële prikkels bij de uitvoerders van re-integratietrajecten goed ingezet kunnen worden.

Er zijn grote kwaliteitsverschillen tussen de re-integratiebedrijven. Doordat de kwaliteit van het tweedespoortraject lang niet serieus genomen is, kijken werkgevers vooral naar de prijs en niet zozeer naar het uiteindelijke resultaat. We denken graag mee om een vorm te vinden van positieve prikkels bij succesvolle re-integratietrajecten. Bijvoorbeeld dat de betrokkene na een periode van 2 jaar dienstverband een contract voor onbepaalde tijd krijgt.

Voor de gehele tekst van de reactie, zie reactie RSC Internetconsultatie verbetering re-integratie tweede spoor.

RSC reageert op internetconsultatie verbetering re-integratie tweede spoor