Position paper bestuur RSC met aanbevelingen voor de Commissie Borstlap

Het dagelijks bestuur van het Register Specialistisch Casemanagement (RSC) heeft een position paper ingediend bij de Commissie Regulering van werk (Commissie Borstlap), als reactie op de tussenrapportage. Het RSC onderschrijft de wens van de commissie voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt, maar dan zal ook kritisch gekeken moeten worden naar de wijze waarop de laatste 20 jaar de rekening voor verzuim eenzijdig bij de werkgever is neergelegd.

In de position paper doet het RSC dertien aanbevelingen die het financiële risico voor werkgevers iets minder moeten maken en gedeeltelijk arbeidsongeschikten prikkelen om het werk te hervatten binnen hun mogelijkheden. De belangrijkste zijn:

1. Geen WGA-rekening voor werkgever als werknemer uitvalt binnen het eerste half jaar dienstverband.
Ook als een werknemer op de eerste dag na indiensttreding uitvalt, is de werkgever 12 jaar financieel verantwoordelijk. Het voorstel is dat er geen doorbelasting van de WGA-instroom volgt als de eerste ziektedag ligt in het eerste half jaar van het dienstverband. Deze rekening zou door alle werkgevers gedragen moeten worden, bijvoorbeeld via het Algemene arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).

2. Arbeidsverledeneis in de Ziektewet of terugkeer artikel 44 Ziektewet
Als ex-zelfstandig ondernemers in loondienst gaan werken, hebben ze direct recht op Ziektewet en WIA. Dit werkt misbruik in de hand. Het RSC bepleit daarom de invoering van een arbeidsverledeneis in de Ziektewet of een terugkeer van artikel 44 Ziektewet om zo het doelbewust gebruikmaken van de werknemersrechten tegen te gaan.

3. Verklaar cao’s alleen algemeen verbindend als ze succesvol re-integreren lonend maken voor de werknemer
Cao-bepalingen die tijdens zowel het eerste ziektejaar als het tweede ziektejaar 100% van het inkomen toekennen, zijn niet stimulerend om actief te werken aan re-integratie. Het voorstel is dat sociale partners bij de cao-vaststelling moeten onderbouwen op welke wijze de werknemer bij een succesvolle re-integratie beloond wordt. Dit zal leiden tot meer cao-bepalingen die werken stimuleren in plaats dat werknemers met arbeidsmogelijkheden thuis blijven zitten omdat het werken niets extra’s oplevert.

4. Ontslagverbod voor de groep 80-100% WGA bij (middel)grote werkgevers gedurende maximaal twee jaar
De grootste groep WIA-instromers is de groep 80-100% WGA. De beeldvorming bij de werknemer zelf is dat ze betiteld worden als volledig arbeidsongeschikt en daarmee niets meer kunnen. Het is de werknemer onvoldoende duidelijk dat dit slechts een tijdelijke situatie is. Bovendien worden ze door het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV langere tijd niet herbeoordeeld. Hierdoor worden de re-integratiekansen geminimaliseerd. Het RSC vindt het belangrijk dat er een werkgever is die betrokken blijft.

Het voorstel is daarom dat zolang er nog geen structurele situatie bekend is, er bij de middelgrote en grote werkgever voor deze groep nog geen ontslag plaats gaat vinden, maar dat het dienstverband slapend blijft voor een periode van maximaal twee jaar. Het voordeel voor de werknemer is, dat wanneer er binnen die twee jaar weer mogelijkheden ontstaan, de terugkeerkans groter is bij de eigen werkgever.

Wel moet de werkgever er zeker van zijn dat hij niet opnieuw 104 weken ziekte moet betalen bij hernieuwde uitval. Hiervoor zou vanaf het moment dat de werknemer weer gaat werken een no-risk van vijf jaar moeten ingaan.

Ook belangrijk is dat het UWV direct een IVA (Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten) toekent als duidelijk is dat herstel na 104 weken ziekte niet te verwachten is. Nu wordt vaak nog een WGA 80-100% toegekend als er nog een behandeling loopt, terwijl duidelijk is dat deze geen structureel herstel gaat opleveren.

5. Laat werknemer als structureel functioneel beperkt aangemerkt blijven tot vijf jaar na de laatste WIA-beoordeling
Op dit moment hebben werknemers die bij de WIA-herbeoordeling minder dan 35% arbeidsongeschikt beoordeeld worden dubbel pech. Ze zijn na twee maanden hun WIA-uitkeringsrecht kwijt, en komen ook nauwelijks meer aan het werk omdat zij voor werkgevers een groot risico vormen. Om de kansen op werk voor deze groep werknemers te vergroten, bepleit het RSC dat deze groep tot vijf jaar na de herbeoordeling blijft vallen onder de no-riskpolis en het loonkostenvoordeel. Dit geeft hen grotere arbeidsmarktkansen.

6. Altijd no-risk bij hernieuwde uitval met dezelfde oorzaak binnen vijf jaar
Ook geeft in de praktijk de situatie 35-min direct na einde wachttijd veel problemen wanneer deze werknemer in dienst blijft bij de eigen werkgever. De werkgever geeft veelal een nieuw contract en daardoor ontstaat er opnieuw loondoorbetalingsplicht voor 104 weken. Als er vervolgens sprake is van een toename van arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de laatste WIA-beoordeling, kan de werknemer alsnog zonder wachttijd recht krijgen op een WIA-uitkering (artikel 55 WIA). De praktijk laat dan zien dat een eventuele WGA- uitkering nog niet tot uitbetaling komt, maar dat het recht al wel loopt. Dit is oneerlijk voor de werknemer omdat hij al zijn WGA-uitkeringsrecht opsoupeert.

Het RSC stelt voor de werkgever recht te geven op Ziektwetvanget als de werknemer binnen vijf jaar toenemend arbeidsongeschikt wordt door dezelfde oorzaak. Zo wordt voorkomen dat werknemers tussen wal en schip vallen. En dat de werkgever twee keer voor dezelfde situatie 104 weken loondoorbetaling bij ziekte heeft.

Met de position paper wil het RSC duidelijk maken tegen welke situaties casemanagers in hun dagelijkse praktijk aan lopen. Gelijke kansen voor iedereen vraagt ook aandacht voor de juiste financiële prikkels voor zowel werkgever als werknemer.

Voor de volledige lijst van aanbevelingen:

Position Paper RSC werken moet lonend zijn

Position paper bestuur RSC met aanbevelingen voor de Commissie Borstlap