Discussie wel of niet ziek

De bedrijfsarts beslist of er sprake is van arbeidsongeschiktheid. Er is een grote discussie ontstaan of er wel of niet sprake kan zijn van preventieve arbeidsongeschiktheid. Ook naar aanleiding van het document over het Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium (MAOC) in relatie tot BW 628.  Op de site van de NVAB staat hierover het volgende:

Arbeidsongeschiktheid is in de jurisprudentie en de Richtlijn MAOC gedefinieerd als:
‘Het wegens ziekte niet kunnen of niet mogen verrichten van de in aanmerking komende arbeid’.
Zowel een niet-kunnen-werken als een niet-mogen-werken situatie valt onder het criterium voor arbeidsongeschiktheid.

Bijzondere praktijksituaties

  • Wanneer een werknemer met griepverschijnselen niet mag werken vanwege de RIVM-adviezen, maar hij dat objectief wel kan, is er sprake van een ‘wel-kunnen maar niet-mogen’ situatie. Dat betekent dat deze werknemer arbeidsongeschikt is als hij zijn werk niet vanuit huis kan doen en dat enkel voor de duur van de niet-mogen situatie. Gezien de reden voor het thuisblijven – griepverschijnselen – zal dat in de regel een korte periode zijn.
  • Datzelfde geldt voor de werknemer zonder klachten, maar met een voor het coronavirus verdachte huisgenoot die op basis van de RIVM- adviezen thuis moet blijven (‘quarantaine’). Deze werknemer is ook arbeidsongeschikt als hij zijn werk niet vanuit huis kan doen en ook dan enkel voor de duur van de niet-mogen situatie.

De bedrijfsarts kan ook in een niet-mogen situatie adviseren over eventueel andere werkzaamheden, waaronder natuurlijk thuiswerk. Dat werk is dan passende arbeid voor zover het niet zijn eigen werk is. De WVP-stappen moeten in beginsel worden gezet, maar dat zal in de praktijk niet snel aan de orde zijn vanwege de verwachte korte duur van arbeidsongeschiktheid.

Beoordelingen UWV
Het UWV hanteert voor beoordelingen Ziektewet een interne instructie in lijn met bovenstaande. In geval van een deskundigenoordeel over bovenstaande situaties zal het oordeel dan ook luiden dat werknemer arbeidsongeschikt is.

Discussie in het veld
Niet alle partijen zijn het eens met bovenstaande, waaronder enkele grote arbodiensten en verzekeraars. Door enkele partijen zijn hierover vragen gesteld aan het ministerie van SZW. Het NVAB-standpunt is dat iedere bedrijfsarts in alle vrijheid moet kunnen adviseren naar zijn eigen professionele oordeel. Mocht een bedrijfsarts door de opstelling van  een werkgever in nood komen, dan  geeft de NVAB het advies om zich niet uit te laten over de vraag of er in een bepaalde situatie arbeidsongeschiktheid bestaat (of dat ‘ziekmelden kan’) maar slechts de situatie te beschrijven. ‘Uw werknemer is medisch gezien in staat zijn eigen werk uit te voeren, maar moet op basis van de RIVM-adviezen thuisblijven.’

Verzekeraars en dekking op de verzuimverzekering 
Het RSC heeft het Verbond van Verzekeraars en de aangesloten inkomensverzekeraars gevraagd te reageren op de stelling van de NVAB, dat er ook sprake is van arbeidsongeschiktheid ondanks het feit dat er geen sprake is van ziekte of gebrek. Het standpunt van het Verbond en haar leden is duidelijk: volgens de polisvoorwaarden is er alleen dekking bij ziekte of gebrek. Het Verbond, de OVAL, de NVAB en het RSC zijn in afwachting van het standpunt van het Ministerie van SZW in deze. Het ministerie heeft helaas op dit moment nog geen standpunt ingenomen over de vraag hoe arbeidsongeschiktheid moet worden omschreven. Zolang er onduidelijkheid is, kan dit bij de claim op de polis leiden tot discussie.