UWV en Wvp

De coronamaatregelen maken het lastig om aan bepaalde Poortwachterverplichtingen te voldoen.  Denk aan het tijdig verkrijgen van een handtekening van een werknemer onder een re-integratieplan. Toch is het van belang alert te zijn op deze trajecten aangezien het UWV voor zover nu bekend hier geen rekening mee zal houden bij een eventuele beoordeling. In hun werkwijzer Poortwachter Addendum versie 2: Wet verbetering Poortwachter i.v.m. COVID-19 hanteert UWV in principe een ongewijzigd beleid ten aanzien van de Werkwijzer Poortwachter. Wel is het uitgangspunt dat de beoordeling van het re-integratieverslag (RIV) binnen de grenzen van de redelijkheid plaatsvindt.

Dat betekent dat werkgevers maatwerk moeten gaan leveren. Wat houdt dit dan in? De werkgever zal moeten beschrijven hoe de situatie in zijn bedrijf als gevolg van Covid-19 van invloed is (geweest) op het re-integratieproces of het herstel hiervan. Op grond hiervan moet de arbeidsdeskundige de plausibiliteit beoordelen en vaststellen of er voldoende argumenten zijn om een deugdelijke grond aan te nemen. 

Als voorbeelden van situaties die een deugdelijke grond kunnen opleveren worden genoemd: 

  • Een verplichte bedrijfssluiting in verband met COVID-19; 
  • Geen uitvoering kunnen geven aan (onderdelen van) een traject 2e spoor in verband met COVID-19. Dit kan onder meer aan de orde zijn bij proefplaatsing/bedrijfssluiting van de nieuwe werkgever, uitvoeren van vrijwilligerswerk/opdoen arbeidsritme, niet beschikken over voldoende digitale vaardigheden voor begeleiding op afstand. Dit traject kan dan voor die onderdelen tijdelijk worden opgeschort tot einde COVID-19 en vraagt heroverweging en waar mogelijk bijstelling van het plan; 
  • Fysiek niet kunnen uitvoeren van passend werk, bijvoorbeeld door vermindering werkaanbod werkgever of het niet meer kunnen realiseren van voldoende ondersteuning op werkplek door een opgelegde COVID-19-maatregel. 

Het UWV verwacht dat de werkgever alle administratieve handelingen gewoon blijft uitvoeren. Het UWV bedoelt hiermee dat een re-integratiedossier administratief technisch gewoon op orde gehouden moet worden. Dat is voor vele werkgevers en hun werknemers goed te doen op afstand, via e-mail en telefoon. Voor werkgevers en hun werknemers voor wie dat nu niet haalbaar is, omdat de werknemer minder taal- of pc-vaardig is, geldt de regel: “afwijken mag”. Als documenten niet meegestuurd zijn of niet volledig ingevuld zijn, beoordeelt het UWV of dit vanwege de COVID-19-maatregelen acceptabel is. Dit kan alleen wanneer in het re-integratiedossier goed is uitgelegd en vastgelegd waarom deze stukken niet volledig zijn ingevuld of waarom bepaalde documenten ontbreken. Leg dus ook goed vast welke re-integratie-evaluaties je wegens de coronamaatregelen wel en of niet kan uitvoeren en waarom.

Hoe zit het dan met de spreekuren bij de bedrijfsarts of andere onderzoeken?
Het UWV verwacht dat contacten en onderzoeken zoals bedrijfsarts-spreekuren, arbeidsdeskundige onderzoeken of intakes voor interventies of re-integratie tweede spoor telefonisch of via videobellen worden uitgevoerd. Indien nodig kan altijd nog op een later moment het onderzoek worden aangevuld met de relevante informatie die alleen verkrijgbaar is tijdens een face-to-face gesprek of andere interactie.

De enige re-integratie-activiteiten die nu niet te realiseren zijn, zijn de fysieke re-integratie in eigen of ander werk bij de eigen of andere werkgever, of op werkervaringsplaatsen. Het UWV zal niet verwachten dat je als werkgever in deze tijd het onmogelijke mogelijk maakt. Het UWV geeft namelijk ook op hun eigen website aan dat er geen gevolgen zullen zijn voor de uitkering als er niet gesolliciteerd kan worden.

Moeten werknemers die behoren tot de risicogroep zich nu nog melden voor re-integratiewerkzaamheden?
Zoals gezegd: het UWV zal niet verwachten dat je als werkgever in deze tijd het onmogelijke mogelijk maakt. Betekent dit dat zieke werknemers die behoren tot de risicogroep (diabetes patiënt) zich niet hoeven te melden voor re-integratiewerkzaamheden gedurende deze coronacrisis? En kan een schoonmaakmedewerker die aan het re-integreren is hier een beroep op doen?

Diabetes mellitus (suikerziekte) is op zichzelf geen reden om thuis te blijven als je tot de cruciale beroepen of vitale processen behoort. Bij de cruciale beroepen en vitale processen gaat het vooral om klachten als verkoudheid of koorts.

Vervolgens is het de vraag of betrokkene aan het terugkeren is in de eigen functie of wegens ongeschiktheid voor eigen werk moet re-integreren in ander aangepast werk. Als werknemer aan het terugkeren is in de eigen functie maar alleen nog beperkt is in uren, is er geen reden om de re-integratie niet voort te zetten. Tenzij men in gesloten teams werkzaam is. Dat gebeurt bijvoorbeeld op de intensive cares en laboratoria.

Re-integratie in eigen functie (niet cruciale functie of niet vitaal proces) is bijna niet haalbaar wanneer deze functies wegens de coronamaatregelen deels of volledig vanuit huis worden uitgevoerd. Dan is redelijkerwijs een goede re-integratie/re-integratiebegeleiding niet realistisch.

Als de re-integratie niet in de eigen functie kan, maar in ander aangepast werk moet gebeuren, is het aannemelijk dat de werkgever nu niet de juiste begeleiding kan bieden. De focus binnen de cruciale beroepen en vitale processen is nu volledig gericht op het uitvoeren van de eigen taken. Er is nu geen tijd om een boventallige collega op te vangen. De andere niet-cruciale beroepen werken veelal vanuit huis of in aangepaste samenstellingen.

Kortom, als het gaat om een collega die voorheen ook werkzaam was met diabetes, geen klachten zoals griepverschijnselen heeft en aan het hervatten is in eigen functie, is moeilijk een argument te vinden waarom re-integratie niet zou kunnen. Maar als een van deze drie punten anders is, wordt dat niet makkelijk. Zorg wel dat je dit dan heel goed vastlegt in een re-integratieverslag en blijf wel goed contact houden in de komende periode. Overleg indien nodig met de bedrijfsarts om de juiste argumenten, waarom op medische gronden re-integratie tijdelijk niet haalbaar is, goed vast te leggen.

Wees daarbij ook kritisch op de vraag of de reden van afwezigheid voor de uren dat iemand wel belastbaar is voor werk maar niet kan komen werken, nu ziekteverlof is of niet. Leg dit ook goed vast in de verslagen.

Sociaal-medische beoordelingen tijdens de coronacrisis
Het UWV streeft ernaar (sociaal-medische) beoordelingen zoveel mogelijk tijdig af te handelen op basis van aanwezige informatie en gesprekken met werknemers. Die gesprekken vinden plaats via de telefoon of een vorm van videobellen. In veel gevallen is het volgens het UWV mogelijk om op deze basis een goede beslissing te nemen. Daar waar dat naar het oordeel van (verzekerings)artsen en/of arbeidsdeskundigen niet mogelijk is, vindt consultatie plaats van een adviseur. Mocht ook dan de conclusie zijn dat een definitief oordeel niet mogelijk is, dan kan dit uitgesteld worden tot een later moment waarop een fysieke afspraak weer mogelijk is of meer informatie beschikbaar is. In dat geval kan het UWV een voorschot uitbetalen, maar dat heeft niet de voorkeur van UWV.

Zo kunnen er vervelende situaties ontstaan. Als de wachttijd ten einde is, stopt in principe de loondoorbetalingsplicht van de werkgever. Normaal gesproken zou werknemer dan al een beslissing hebben gekregen op de WIA-aanvraag. Als die uitblijft, kan er een periode volgen waarin de werknemer geen loon ontvangt en evenmin een uitkering. Een voorschot vragen bij UWV zou inderdaad kunnen, maar die volgt niet zonder slag of stoot en ook dan moet daar een besluit over worden genomen dat wellicht weken op zich laat wachten. Gevolg: de werknemer zit zonder inkomen.

Een oplossing zou kunnen zijn dat de werkgever overgaat tot een zogenaamde “onverschuldigde betaling”, zoals dat geregeld is in het Burgerlijk Wetboek: artikel 6:203. Schriftelijk geef je dan als werkgever aan, dat je de werknemer een overbruggingsvergoeding zult betalen, bijvoorbeeld ter hoogte van 70% van het oorspronkelijke netto loon. Onverschuldigd en voor een bepaalde duur, in afwachting van de beslissing van UWV. Aanvullend wordt bepaald dat het onverschuldigd betaalde zal worden teruggevorderd en/of zal worden verrekend met toekomstige geldstromen. Werknemer dient te tekenen voor deze overeenkomst. Die geldstromen kunnen dan bijvoorbeeld de WGA-uitkering, de WW-uitkering, de transitievergoeding of toekomstig loon zijn. Op deze manier voldoet een werkgever aan diens zorgplicht en raakt de werknemer niet in een uitermate vervelende situatie. Het RSC wil werkgevers echter uitdrukkelijk waarschuwen voorzichtig te zijn met het zelf verstrekken van voorschotten.

Pas op met het zelf verstrekken van voorschotten!
Dat geldt zeker als de werkgever een eigenrisicodrager is en ervoor gekozen heeft de uitkering zelf aan de werknemer te verstrekken. Het is heel risicovol om mogelijk onverschuldigde betalingen te doen als mensen niet meer bij u werken en er geen binding meer is. Tenzij dit verplicht is vanuit de cao. Als een werknemer niet meer in dienst is, kan de werkgever het voorschot immers niet verrekenen. Terugvorderen is dan eigenlijk altijd heel lastig en misschien wel onmogelijk. Vandaar dat ons standpunt is dat de werkgever niet het loon blijft doorbetalen, maar het voorschot echt door het UWV moet laten uitbetalen.

Verregaande gevolgen voor eigenrisicodragers
Maar ook als het UWV een voorschot uitbetaalt, kan dit vervelende gevolgen hebben. In de praktijk blijkt namelijk dat het UWV dit voorschot direct al in rekening wil brengen bij de WGA-eigenrisicodrager. En dit is volgens het RSC niet juist zolang het WGA-recht niet officieel is vastgesteld. Het UWV is van mening dat ‘het recht’ ontstaat vanaf het moment dat de verzekerde aan de voorwaarden voldoet en niet pas op het moment dat een WIA-beschikking wordt afgegeven.

Deze discussie heeft verregaande gevolgen voor de eigenrisicodragers. De vraag is wat er met de voorschotten wordt gedaan op het moment dat het UWV wel een definitieve WIA-beoordeling afgeeft? Betekent dit dat het voorschot met terugwerkende kracht met de eigenrisicodrager wordt verrekend? Die vraag is zeker van belang gezien een andere casus waarbij een werkgever in afwachting van een beslissing van het UWV het loon doorbetaalde aan de verzekerde. Het UWV was toen van mening dat dit loon uit arbeid was en daardoor niet voor verrekening in aanmerking kwam.

Betaal pas als het WGA-recht is vastgesteld
Gelukkig heeft het UWV het proces om voorschotten te betalen inmiddels beter ingericht. Wel is het RSC van mening dat de voorschotten niet aan de werkgevers die WGA-eigenrisicodrager zijn doorbelast kunnen worden. Ons advies is om de rekening van de WGA pas te betalen als het WGA-recht daadwerkelijk is vastgesteld.

Het RSC onderbouwt haar mening op grond van artikel 83 lid 1 van de WIA dat: “de eigenrisicodrager het eigen risico draagt nadat het recht op een WGA-uitkering is ontstaan. [2] Een WIA-uitkering ontstaat op basis van artikel 54 als de verzekerde aan een aantal voorwaarden heeft voldaan. In deze opsomming is geen voorbehoud opgenomen over de termijn waarbinnen het UWV een WIA-beoordeling doet. Ook in artikel 55 wordt niet gerept over de voorwaarde dat een tijdige WIA-beoordeling door het UWV plaatsvindt. Ook dit artikel heeft uitsluitend betrekking op voorwaarden die gelden voor de verzekerde. Het feit dat het UWV meer tijd nodig heeft om tot een WIA-beoordeling te komen, kan dus niet worden afgewenteld op de eigenrisicodrager (lees de werkgever). De door te belasten WGA-lasten kunnen pas worden vastgesteld vanaf het moment dat het UWV een WIA-beoordeling heeft vastgesteld.

Wel kunnen wij ons voorstellen dat de wijze van vergoeding van de uitkering eventueel medebepalend is voor de keuze van het UWV. Een eigenrisicodrager heeft de keuze om de uitkering rechtstreeks door het UWV aan de verzekerde te laten betalen of om dat zelf te doen. Met andere woorden: niet in alle gevallen zal het UWV de gelegenheid hebben om na de definitieve beoordeling de betalingen van de voorschotten rechtstreeks met de verzekerde te verrekenen. In de meeste gevallen verstrekt het UWV echter wel de uitkering aan de deelnemer. In die gevallen zou een onderlinge verrekening van de voorschotbetaling en de definitieve uitkering eerder voor de hand liggen.

Hoewel het nog niet helemaal duidelijk is wat de overweging ofwel de basis van dit standpunt van het UWV is, hebben wij uiteraard begrip voor het feit dat het UWV de verzekerden niet wil opzadelen met de financiële gevolgen van het uitblijven van een tijdige WIA-beoordeling. Maar wij vinden dat ook de werkgevers hiermee niet kunnen worden opgezadeld. Ook zij ondervinden de gevolgen van de crisis in financieel opzicht. Het is daarom onterecht dat zij de rekening krijgen gepresenteerd van een vertraagde uitvoering van een WIA-beoordeling door het UWV.

Geen compensatie door verzekeraars
Werkgevers die een verzuimverzekering hebben gesloten voor de loondoorbetalingsplicht gedurende de WIA-wachttijd, zullen niet aanvullend gecompenseerd worden door verzekeraars: de dekking geldt conform de polisvoorwaarden voor de loondoorbetalingsplicht, niet voor een eventuele onverschuldigde betaling. Ook geldt dat WIA-aanvullingsverzekeringen (bijvoorbeeld WGA-hiaatverzekering of WIA-excedentverzekering) pas tot uitkering het UWV tot een beslissing is gekomen. Deze verzekeringen zijn namelijk UWV-volgend.

[2] Art 83 lid 1 WIA: De eigenrisicodrager draagt gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen periode nadat het recht op een WGA-uitkering is ontstaan het eigenrisico, bedoeld in artikel 82.

 

.