Advies: slapend dienstverband mag niet meer

Advocaat-generaal Ruth de Bock heeft advies uitgebracht aan de Hoge Raad over het slapend dienstverband. Werkgevers mogen arbeidsongeschikte werknemers niet onnodig in dienst houden om zo onder betaling van een transitievergoeding uit te komen. In de meeste gevallen neemt de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal over. 

De rechtbank in Limburg vroeg de Hoge Raad eerder dit jaar om uitleg over zogeheten ‘slapende dienstverbanden’. Veel werkgevers houden het dienstverband van arbeidsongeschikte werknemers in stand, om zo geen transitievergoeding te hoeven betalen. In sommige gevallen gaat de werknemer daar niet mee akkoord en probeert dan via de rechter zijn werkgever te dwingen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Rechters gingen hier verschillend mee om. Vandaar de prejudiciële vraag: kan een werknemer zijn werkgever dwingen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, om op die manier recht op transitievergoeding te krijgen?

Als het aan de advocaat-generaal ligt, moeten werkgevers een slapend dienstverband voortaan beëindigen en de ontslagvergoeding betalen als werknemers hierom vragen. Immers, vanaf april 2020 kunnen werkgever compensatie van de transitievergoeding krijgen via het UWV. Een werknemer mag alleen in dienst worden gehouden als daar “gerechtvaardigde belangen” voor zijn, bijvoorbeeld als er reëel zicht is op re-integratie.

Zie ook de uitspraak op rechtspraak.nl  

 

Advies: slapend dienstverband mag niet meer